Normal_sfeerbeeld_laaggeletterdheid

Stichting Lezen & Schrijven vraagt deze week aandacht voor laaggeletterdheid. Interview met de aan het KPC-netwerk verbonden taalexpert Marjolein van Oenen aan de hand van trefwoorden.

Het initiatief

“Heel goed dat er breed aandacht is voor laaggeletterdheid. In ons land zijn er 2.5 miljoen mensen van 16 jaar en ouder die moeite hebben met lezen, schrijven en rekenen. Dat zijn mensen die in een steeds meer gedigitaliseerde maatschappij onvoldoende zelfredzaam zijn. Die moeite hebben bijvoorbeeld met digitale formulieren en online bankzaken doen. Het succesvol aanpakken van laaggeletterdheid is complex en vraagt inzet op meerdere fronten. Als onderwijsadviseur houd ik me voornamelijk bezig met de vraag hoe we laaggeletterdheid kunnen voorkomen. Daarvoor is het zaak zo vroeg mogelijk in te zetten op taalontwikkeling en leesvaardigheid. Daarin zullen organisaties zoals bibliotheken, kindcentra, scholen, consultatiebureaus en ouders veel intensiever moeten gaan samenwerken. Scholen kunnen het niet alleen maar zijn in mijn optiek wel de sleutel tot succes en voor het verbinden van de verschillende sectoren.

 

De basisschool

Dat de prestaties van 15-jarige Nederlandse jongeren op het gebied van begrijpend lezen de laatste jaren achteruit hollen is wel bekend maar naar recente cijfers voor leerlingen in het basisonderwijs kijk ik reikhalzend uit. Peil leesvaardigheid en het internationale PIRLS onderzoek zullen de komende tijd inzicht geven in de prestaties van onze basisschoolleerlingen. Los van die onderzoeken is begrijpend lezen op veel scholen een heet hangijzer en op vo-scholen ontvang ik signalen dat leerlingen die in de brugklas instromen vaak een te laag leesniveau hebben. De sleutelpositie die scholen innemen moet niet lichtzinnig opgepakt worden. Aan het geld ontbreekt het niet met de grote bedragen vanuit het NPO. Maar de onderlinge kwaliteitsverschillen tussen po-scholen zijn groot. Er zijn scholen die hun taalonderwijs heel goed op orde hebben. De leraar kan dus echt het verschil maken. Veel hangt af van de kwaliteit van de instructie en van het differentiëren in de klas en het inzetten van adequate strategieën voor taalzwakke leerlingen. Ook en misschien wel vooral de kwaliteit van de schoolleider is een belangrijke factor. Hij of zij schept de voorwaarden waarbinnen een team zich professioneel kan blijven ontwikkelen om het (taallees)onderwijs voor leerlingen vorm te geven vanuit een gedeelde visie.  Maar we weten dat er op het vlak van leerkrachten en schoolleiders grote tekorten zijn. Dat doet het leesonderwijs geen goed. “

 

Anderstalige leerlingen

“Een van de problemen rondom taalleesonderwijs waar scholen tegenaan lopen is dat de taalachtergronden van leerlingen steeds diverser worden. Veel scholen hebben te maken met grote(re) instroom van nieuwkomers en de druk op de leerkracht neemt daardoor toe. Het is belangrijk voor scholen om na te denken hoe ze met deze veranderende leerlingpopulatie met een grotere variatie aan talen en taalvaardigheid nog steeds goed onderwijs kunnen leveren. Kennis vanuit wetenschappelijk onderzoek zou daarbij betrokken moeten worden.  Zo is bijvoorbeeld  lange tijd gedacht dat het spreken van de ‘eigen’ taal op school het leren van het Nederlands in de weg zou staan. Uit allerlei onderzoeken blijkt dit niet te kloppen. Het goed beheersen én gebruiken van de moedertaal maakt juist het leren van een tweede taal gemakkelijker. Dit heeft ook te maken met breinontwikkeling. Het uitsluiten van de eigen taal van het kind is  niet alleen op cognitief gebied onwenselijk, ook op sociaal emotioneel gebied is het in de klas verbieden van de eigen taal funest.

 

Visie

Wanneer je als team het  taalleesonderwijs wil verbeteren is het dus juist de vraag hoe je dit soort kennis mee kunt nemen in een nieuw te vormen visie. Vanuit de visie kun je je vervolgens bezig houden met het vormgeven van taalleesonderwijs dat recht doet aan elke leerling, rekening houdend met zijn of haar achtergrond. Een visie op taalleesonderwijs is onderdeel van sterk beleid waarin ook de samenwerking met belangrijke organisaties gestalte krijgt. Zo is de cirkel voor het voorkomen van laaggeletterdheid rond. Bij alle stappen van het proces ondersteun ik scholen met vraagstukken die hen op dat gebied bezig houden. Ook verzorg ik workshops en trainingen rondom thema’s als Meertaligheid als kracht, het versterken van instructievaardigheden,  begrijpend lezen, zicht krijgen op de leesontwikkeling en werken aan een gedeelde visie op taalleesonderwijs.