Extra geld Nationaal Programma Onderwijs gaat vooral naar studiebegeleiding

De impact van de coronamaatregelen op studenten is groot. Hun studieverloop en welzijn zijn de afgelopen tijd onder druk komen te staan. Daarom zijn met het Nationaal Programma Onderwijs miljoenen extra middelen beschikbaar gesteld voor mbo-instellingen, hogescholen en universiteiten. De afgelopen tijd hebben zij samen met de medezeggenschap plannen gemaakt om deze middelen te besteden. Het extra geld wordt vooral in intensieve studiebegeleiding en het bevorderen van het welzijn van studenten geïnvesteerd. Ook wordt ingezet op meer stagebegeleiding en is te zien dat het tekort aan stageplekken in het mbo afneemt. Dat blijkt uit de eerste voortgangsrapportage die vandaag aan de Tweede Kamer is verstuurd Dit meldt het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Uit de plannen blijkt dat er op hoofdlijnen door alle onderwijsinstellingen veelal op dezelfde thema’s wordt ingezet. Het merendeel van de mbo- en hoger onderwijsinstellingen zet de komende twee jaar in op intensieve studiebegeleiding om de in- en doorstroom van studenten soepel te laten verlopen (ruim 40 procent) en het welzijn van studenten (ruim 30 procent). Daarnaast wordt in den brede gefocust op stagebegeleiding en in het mbo de aanpak jeugdwerkloosheid. 

Welzijnscoach

Om het studieverloop te optimaliseren wordt er bijscholing georganiseerd, worden klassen kleiner gemaakt, spelen studieadviseurs een grote rol in de begeleiding en wordt ‘peercoaching’ ingezet. Om het welzijn van studenten te verbeteren spelen de instellingen in op specifieke mentale of persoonlijke problemen van hun studenten met zorg op maat. Zo is er bij ROC Da Vinci een luisterlijn en huiskamer voor en door studenten en bij Fontys Hogescholen voor ieder instituut een welzijnscoach. De expertise op het gebied van psychologische hulp en coaching wordt zoveel mogelijk laagdrempelig beschikbaar gesteld. 

Tekort aan stageplekken

Het voorspoedig economisch herstel geeft onderwijsinstellingen de gelegenheid om de stuwmeren aan vastgelopen stages weg te werken en samen met de leerbedrijven het aantal leerwerkbanen weer op een hoog peil te brengen. Het afgelopen studiejaar zijn verschillende maatregelen om de tekorten aan stages en leerbanen als gevolg van de coronacrisis terug te dringen. Positief is dan ook dat het tekort aan stage- en leerbanen in het mbo is afgenomen van circa 21.000 in januari tot 7.800 plekken eind september 2021. Belangrijk is om specifiek aandacht te hebben voor het tekort aan stageplekken in de zorg, dat is ontstaan door te weinig begeleidingscapaciteit. Daarom zijn middelen beschikbaar gesteld om specifiek stagetekorten in de zorg tegen te gaan. Hiermee kunnen onderwijsinstellingen onderwijspersoneel inzetten om studenten te begeleiden op een stageplek bij bijvoorbeeld een zorginstelling.

Onderzoek

Veel onderzoek heeft sinds het begin van de coronacrisis vertraging opgelopen. Daarom worden onderzoekers met een tijdelijke aanstelling, waarvan het onderzoek vertraging heeft opgelopen door de coronacrisis, in staat gesteld om hun onderzoek af te ronden. In deze rapportage hebben universiteiten alleen gerapporteerd over het jaar 2020, het jaar nog vóór de komst van de middelen uit het Nationaal Programma Onderwijs. In de volgende voortgangsrapportage nemen zij ook de inzet van deze middelen mee.

Nationaal Programma Onderwijs

Voor het mbo en hoger onderwijs is in het Nationaal Programma Onderwijs in totaal 2,7 miljard euro beschikbaar gesteld. Een deel hiervan is voor de halvering van het les-, cursus- en collegegeld, de verlenging van het studentenreisproduct en de compensatie van het toenemend aantal studenten. De middelen voor onderwijs (circa 600 miljoen euro) en onderzoek (circa 162 miljoen euro) krijgen met de gemaakte plannen invulling.

Door: Nationale Onderwijsgids