Nationale Onderwijsgids

NOG Wet- en regelgeving kinderopvang

De Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wkkp)

De Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wkkp) is de wet die tegemoetkomingen in de kosten van kinderopvang en waarborging van de kwaliteit van kinderopvang beschrijft. In de Wkkp zijn landelijk uniforme kwaliteitseisen vastgesteld onder meer op het gebied van kwaliteit, toezicht en financiering van kinderopvang.

De Wkkp regelt de verplichting van ondernemers tot het aanbieden van verantwoorde kinderopvang. Verantwoorde kinderopvang is kinderopvang die bijdraagt aan de ontwikkeling van het kind. Tussen half 7 's ochtends en half 7 's avonds zijn basisscholen wettelijk verplicht voor kinderopvang te zorgen. Dit kan door de school zelf geregeld worden of kan gebeuren in samenwerking met kinderopvangcentra.

Er zijn een aantal basiseisen gesteld voor verantwoorde kinderopvang, namelijk dat het centrum aantoonbaar aandacht besteedt aan de verhouding tussen beroepskrachten en kinderen, de opleiding van de beroepskrachten en de grootte van de groep. Daarnaast moet de voertaal Nederlands zijn, moeten ouders over beleid geïnformeerd worden en moet met hen een schriftelijke overeenkomst afgesloten worden, moet er een risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid zijn en moet er in ieder kindercentrum of gastouderbureau een oudercommissie ingesteld zijn.

In de Wkkp is geregeld dat ouders, werkgevers en de overheid de kosten samen delen.  Kinderdagopvangorganisaties die voldoen aan de kwaliteitseisen die gesteld zijn in de Wkkp staan geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP). Kinderopvangtoeslag vanuit de overheid is alleen mogelijk wanneer een kind bij een geregistreerde kinderopvangvoorziening ingeschreven staat. Zie 'Financiering' voor meer informatie.

De Wkkp wordt per 1 januari 2018 vervangen door de Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang (Wet IKK) en de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk. De eisen waaraan kinderopvangorganisaties en pedagogisch medewerkers moeten voldoen worden hiermee hoger. Zo moet de kwaliteit van peuterspeelzalen aan dezelfde eisen voldoen als andere kinderopvang. De opvang van baby’s wordt beter: vanaf 2019 komen er méér leidsters per baby. De persoonlijke ontwikkeling van kinderen krijgt meer aandacht: alle kinderen krijgen een mentor. Er komen taaleisen voor de medewerkers: zij moeten de Nederlandse taal goed beheersen.
 

Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO)

De eerste Wet Maatschappelijke Ondersteuning trad in 2006 in werking. Per 1 januari 2015 trad er echter een nieuwe Wmo in werking. De nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning bepaalt dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de maatschappelijke ondersteuning van hun inwoners. De wet probeert zoveel mogelijk de zelfredzaamheid en participatie van alle Nederlandse burgers te realiseren. 

Wet ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie (Wet Oke) 

In de Wet Oke is geregeld dat meer kinderopvangcentra programma's krijgen voor voorschoolse educatie. In de wet is daarnaast vastgelegd aan welke wettelijke basiskwaliteitseisen kinderopvangcentra moeten voldoen om voorschoolse educatie te mogen geven. Het personeel moet bijvoorbeeld voldoende kennis hebben om jonge kinderen te begeleiden in hun ontwikkeling. Andere eisen zijn dat het tenminste 4 dagdelen van minimaal 2,5 uur duurt of tenminste 10 uur per week, dat de groepsgrootte maximaal 16 is en dat er minimaal één pedagogisch medewerker per groep aanwezig is. De Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) controleert of aan de eisen wordt voldaan.

Controle

De Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) voert inspecties uit om de kwaliteit van de opvang te controleren. Eindverantwoordelijke voor beleid rond kinderopvang is het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Bij de GGD kan ook informatie over specifieke kinderopvanginstellingen opgevraagd worden.

© Nationale Onderwijsgids