We leven momenteel in een tijd waarin we met z’n allen zogenaamd hoogtepuntziek lijken te worden, in onze zoektocht naar geforceerd geluk. Dat gegeven is voor sommige mensen lastig te erkennen. Want, wat is er mis met persoonlijk streven naar geluk? Op zich niets. Het geeft echter wel te denken of het streven naar ons hoogst haalbare gevoel van welbevinden nog voortkomt uit een diep intrinsiek verlangen, of dat we dreigen ongelukkig te worden wanneer er niet oneindig geshopt wordt langs alle bijzondere bucketlistopties die tegenwoordig voor iedereen bereikbaar lijken te zijn. 

Dat we momenteel geobsedeerd zijn door termen als ‘meer’, ‘sneller’ en ‘hoger’ kwam onlangs op redelijk bizarre wijze naar voren. De diverse media berichtten namelijk over filevorming richting de top van ’s werelds imposantste gebergte, de 8.848 meter hoge Mount Everest. Een joekel van een metafoor, die garant staat voor het kenmerken van de huidige menselijke onrust, het streven naar overtreffing, het zoeken naar aanzien en het ondermijnen van tevredenheid. Waar op 7 oktober 1990 René de Bos als eerste Nederlander letterlijk op deze berg op eenzame hoogte stond, lijkt deze uitdaging tegenwoordig mainstream te worden. De drang naar het willen bereiken van een ultiem hoog(s)tepunt, is voor menigeen een kwestie van een simpele notitie op de persoonlijke ‘to do list van het leven’ voor het ervaren van ultieme geluksmomenten. Nonchalant genoteerd tussen andere uniek gewaande geluksmotivators als zwemmen met haaien, hangend in de lucht dineren en overnachten in een havenkraan.

Excelleermaatschappij

Het zoeken naar een quasi gevoel van geluk en de daarbij behorende speurtocht naar het verkrijgen van de grootste kick, is daarnaast een afspiegeling van onze excelleermaatschappij die zorgt voor een leven dat blijkbaar continu extatisch hoort te zijn. Liefst op elk mogelijk gebied. Gemiddeld leven is namelijk boring. Onderscheiden is het credo. Soms letterlijk boven jezelf en anderen uitstijgen de nieuwe norm. Maar wat als dat juist voor de grootste massa geldt? Zijn we dan niet genoodzaakt om offers te brengen, risico’s te nemen en misschien wel egocentrisch te worden?

Onderwijs doet niet onder voor topsport 

Een en ander komt bijvoorbeeld tot uiting in een paar herkenbare situaties uit het dagelijks leven. Ten eerste de (top)sport. We genieten van sportieve topprestaties; zoals het bereiken van een mondiale voetbalfinale, onverwachts geel in de Tour de France en een Nederlandse top 5-notering op de wereldranglijst in de tenniswereld. Het motiveert, er wordt gespiegeld aan de successen en ingezet op wellicht net zo’n grote triomfen in de toekomst. Maar ook het onderwijs lijkt op educatief en cognitief gebied vaak niet (meer) onder te doen voor het beoefenen van topsport. Naïeve opvattingen als de veelgehoorde en zelfbenoemde waarheid dat streven naar het hoogst haalbare betere toekomstperspectieven biedt, zijn onder meer zichtbaar in de enorme piek aan inkomsten van huiswerk- en bijlesinstanties. Neem daarnaast de diverse spelshows op tv, waar soms astronomische bedragen te winnen zijn. Deelnemers willen steeds meer, gokken door en nemen risico’s en vooral geen genoegen met eerder behaalde, prachtige bedragen. Tevredenheid is ver te zoeken, hebzucht blijkt een gemene deler. En vergeet tevens niet de macht van de likes en de views op de diverse, verslavingsgevoelige vormen van social media, die vaak een fata morgana-wereld naast de werkelijkheid etaleren en veelal als norm zijn gaan gelden.

Leven is geen dieptepunt

Het is dan ook niet vreemd dat naast de zoektocht naar ‘thrillkicks’, ultiem geluk en het verleggen van een bepaalde vorm van tevredenheid, een tegenbeweging ontstaat in de vorm van diverse lifecoaches, zingevingsbijeenkomsten, zen- en anti-stresstherapieën en zelfhulpboeken - véél zelfhulpboeken - om weerstand te kunnen bieden tegen de drang naar meer en hogere (levens)hoogtepunten. De Amerikaanse psychologe Emily Esfahani Smith beschrijft in haar boek ‘De kracht van betekenis’ dat het statisch nastreven van geluk een wortel is waar je eindeloos achteraan kan rennen, maar die je nooit helemaal te pakken krijgt. Voor diegenen die toch willen blijven rennen misschien nog een ontnuchterende tip: vergeet niet dat je leven geen dieptepunt is, wanneer dit niet enkel uit hoogtepunten bestaat. 

Pascal Cuijpers is leraar beeldende vorming en faalangstreductietrainer op een middelbare school. Tevens schrijft hij columns, opiniestukken en gedichten over het onderwijs, die regelmatig in diverse landelijke dagbladen, (onderwijs)magazines en op websites worden gepubliceerd. Daarnaast verscheen eerder zijn educatieve scheurbundel '200 Dagen School & Scheuren!' (2015) en de onderwijsbundels 'Leraren hebben meer vakantie dan mensen die werken' (2016) en 'Leraren zijn net echte mensen' (2017) bij uitgeverij Quirijn (www.uitgeverij-quirijn.nl). Pascal is te volgen via Twitter: www.twitter.com/pascalcuijpers. Kijk ook eens op zijn vernieuwde website: www.pcuijpers.nl.

© Nationale Onderwijsgids / Pascal Cuijpers