NOG Werken in het primair onderwijs

In Nederland werken verschillende professionals in het basisonderwijs. Deze beroepen zijn gereglementeerd, wat wil zeggen dat de beroepen alleen uitgevoerd kunnen worden door mensen die in het bezit zijn van bepaalde kwalificaties, zoals een diploma.
 
Voor een actueel overzicht van vacatures in het basisonderwijs in heel Nederland, kunt u terecht op de vacaturesectie van de Nationale Onderwijsgids. Bij sector kiest u dan voor basisonderwijs.
 
Collectieve arbeidsovereenkomst primair onderwijs
 
Voor mensen die werken in het primair onderwijs geldt een collectieve arbeidsovereenkomst (cao). De CAO PO 2016-2017 is overeengekomen voor de gehele branche en loopt van 1 juli 2016 tot en met 30 september 2017. Als gevolg van de Wet werk en zekerheid (Wwz) verandert er vanaf 1 juli 2016 veel rondom de inzet van tijdelijk personeel binnen het bijzonder onderwijs. Het uitgangspunt dat afwezige leraren ‘altijd vervangen’ worden, zal op een andere manier georganiseerd moeten worden. In het onderhandelaarsakkoord CAO PO 2016-2017 hebben sociale partners afspraken gemaakt over een verruimde ketenregeling voor het bijzonder onderwijs en over het organiseren van vervangingsbeleid. Doel was om de ruimte in de wetgeving te benutten zodanig dat vervangen mogelijk zou blijven.  
 
Wat verdient een medewerker in het primair onderwijs?
 
In de CAO PO 2016-2017 zijn de salarisschalen en de desbetreffende salarisbedragen per maand vastgelegd. Het maandelijkse loon van een leraar primair onderwijs en van het onderwijsondersteunend personeel (OOP) staat uitgewerkt vanaf pagina 92 van de cao.
 
Wat voor opleiding heb je nodig in het basisonderwijs?
 

Om leraar te kunnen worden in het basisonderwijs is een opleiding aan de pabo vereist. De pabo is een vierjarige hbo-opleiding en vereist als vooropleiding een havo-, vwo- of mbo-diploma (niveau 4). Aan de pabo krijgt men les in het overdragen van kennis aan leerlingen, volgt men stages en er worden algemene vakken als taal en rekenen gegeven. Op deze manier worden leraren voorbereid op het werkveld.

Het (basis)onderwijs kent ook functies voor onderwijsondersteunend personeel (OOP). Dit is personeel dat de docent ondersteunt. Het onderwijsondersteunend personeel in het primair onderwijs zijn vaak lerarenondersteuners, klassenassistenten (speciaal onderwijs) en onderwijsassistenten. Ook kent het basisonderwijs niet-onderwijsgevende personeelsleden, denk daarbij aan lopogedisten of conciërges. Om een onderwijsondersteuner te worden, is een van de volgende opleidingen vereist:

  • Klassenassistent: mbo-opleiding sociaal pedagogisch werk niveau 3, afstudeerrichting klassenassistent.

  • Onderwijsassistent: mbo-opleiding onderwijsassistenten niveau 3 of 4 aan een regionale opleidingscentrum (roc). Via niveau 4 kan de student doorstromen naar het hbo.

  • Technisch onderwijsassistent: mbo-opleiding laboratoriumtechniek niveau 4, afstudeerrichting technisch onderwijsassistent.

  • Lerarenondersteuner: Associate degree: sommige tweedegraads hbo-lerarenopleidingen bieden ook een tweejarige studie Associate degree aan. Daarmee kunnen studenten als lerarenondersteuner aan de slag of doorstromen naar een hbo-lerarenopleiding.

© Nationale Onderwijsgids