Normal_3068

Op 20 oktober 2010 heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) bepaald dat ook een kind zonder verblijfsvergunning recht heeft op voorzieningen. In dit geval ging het om activerende en ondersteunende begeleiding in het kader van het speciale onderwijs dat de jongen volgde. De CRvB erkent in deze uitspraak de directe werking van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). En dat is goed nieuws aan de vooravond van de Internationale Dag voor de Rechten van het Kind (uitgeroepen door de Verenigde Naties) op 20 november.

Eerder had de Rechtbank Amsterdam in deze zaak al bepaald dat het recht op onderwijs, vastgelegd in artikel 28 en 29 van het IVRK, betekent dat de jongen recht heeft op AWBZ-ondersteuning om speciaal onderwijs te kunnen volgen. Omdat kinderen behoren tot de groep van kwetsbare personen moet de overheid zich extra inzetten om dit recht te waarborgen.
Daarnaast heeft de CRvB de uitspraak mede gebaseerd op het aan art 8 EVRM ontleende recht op respect voor het privé-leven, dat onder meer de vrije ontwikkeling van de persoonlijkheid omvat.

De CRvB overweegt letterlijk: "De Raad komt tot de conclusie dat het onthouden van de geïndiceerde ondersteunende en activerende begeleiding aan appellant tot effect heeft dat zijn persoonlijke ontwikkeling onmogelijk wordt gemaakt waardoor hij in het behoud van zijn menselijke waardigheid ernstig wordt bedreigd. Mede gezien in het licht van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind kan niet in redelijkheid worden volgehouden dat de weigering van de geïndiceerde zorg blijk geeft van een `fair balance' tussen de publieke belangen die betrokken zijn bij de weigering van die zorg en de particuliere belangen van appellant om die zorg te ontvangen."

De advocaten van de jongen, Else Cerezo-Weijsenfeld en Pim Fischer, spreken van een heuse doorbraak: "Vanaf nu zal de rechter steeds het Kinderrechtenverdrag als uitgangspunt moeten nemen bij alle toetsen over het recht op privé- en familieleven. Dat betekent dat het Kinderrechtenverdrag niet gemakkelijk meer gepasseerd kan worden".

Ook 'illegaal verblijvende' kinderen kunnen zich beroepen op het IVRK nu hierin expliciet een non-discriminatiebeginsel beginsel is opgenomen. Hiermee wordt aangegeven dat er geen enkel onderscheid mag worden gemaakt bij de toekenning van rechten aan kinderen (ongeacht ras, geloof enz. of verblijfsstatus).

Bron: Nieuwbank