Normal_vacatures_2

Het middelbaar beroepsonderwijs wordt aantrekkelijker als het zich meer richt op vakmanschap en de waardering daarvan. Dat kan bijvoorbeeld door mensen uit de beroepspraktijk vaker bij het onderwijs te betrekken, zo concludeert het Sociaal en Cultureel Planbureau donderdag in een rapport.

Mbo'ers raken volgens het rapport 'geboeid en gemotiveerd' door vakmanschap en dat maakt de kans op het succesvol afronden van een opleiding groter. Vakken die ver van de beroepspraktijk af staan interesseren de jongeren doorgaans veel minder.

Behalve met bijvoorbeeld gastlessen moeten de beroepen op een 'moderne en hedendaagse manier' worden getoond en uitgevoerd. De beeldvorming van beroepen in de zorg of de techniek is volgens het rapport vaak eenzijdig of achterhaald. Bovendien zijn kleine specialistische beroepen vaak onbekend of onzichtbaar. Daardoor lopen de mbo's bij de instroom mogelijk al goede vakmensen mis.

Ook het imago van het mbo moet worden opgevijzeld. De kwaliteit, de organisatie en de inrichting van het onderwijs en stages kunnen beter. Docenten en andere medewerkers van het mbo vinden de beeldvorming van de onderwijsvorm vaak ongunstig. De grote roc's schrikken leerlingen af en in de media worden negatieve zaken vaak uitvergroot voor de hele sector. Het mbo leidt echter op voor mooie beroepen en veel jongeren voelen zich aangetrokken tot een praktische opleiding, zo klinkt het.

Het rapport geeft niet alleen adviezen maar waarschuwt ook voor eventuele valkuilen. Zo vormt de veralgemenisering van het mbo de grootste bedreiging voor vakmanschap. De nadruk wordt steeds meer gelegd op algemene vakken als Nederlands, wiskunde en Engels. Doorstromers naar het hbo hebben daar iets aan, maar sommige studenten zullen hierover struikelen terwijl ze het misschien in zich hebben om goede vakmensen te worden. Bovendien gaat de aandacht voor de algemene vakken ten koste van het opbouwen van vakkennis.

Een ander probleem voor het mbo is dat steeds minder leerlingen kiezen voor het vmbo, de grootste toeleverancier van het middelbaar beroepsonderwijs. Ouders en leerlingen willen de hoogst mogelijke opleiding en hebben een voorkeur voor havo of vwo, stelt het rapport. Te vaak wordt voor het mbo gekozen vanuit een negatieve motivatie. De cijfers van een leerling waren bijvoorbeeld niet hoog genoeg voor de havo of het vwo.

Volgens het rapport is het belangrijk dat leerlingen vanuit positieve overwegingen kiezen voor een opleiding. Op dit manier raken ze gemotiveerd voor het beroep waarvoor ze worden opgeleid. Daarom moet meer worden ingespeeld op de positieve aspecten van het mbo. Voor afgestudeerde mbo'ers in de techniek en de zorg is de kans op een baan ondanks de crisis bijvoorbeeld altijd nog vrij gunstig.

Onderwaardering van het vmbo en mbo en de tekorten die er daardoor zijn in sommige beroepsgroepen, vormden de aanleiding voor het opstellen van het rapport. Het onderzoek werd verricht op verzoek van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Voor het rapport werden de onderwijssectoren techniek, zorg en de kleine specialistische en creatieve beroepsopleidingen onder de loep genomen.

(Novum)