Normal_werk_studie_studeren_jongeren

De inkomensverschillen onder jonge hoofdkostwinners namen tussen 2011 en 2014 toe. Jongeren gingen vanwege de verslechterde kansen op de arbeidsmarkt langer doorleren, waardoor steeds meer lage inkomens tegenover steeds minder hoge inkomens kwamen te staan. Bij zelfstandigen nam de ongelijkheid tijdens de crisis juist af. Deze groep groeide toen flink in omvang en het gemiddeld inkomen van de zelfstandigen aan de onderkant van de inkomensladder steeg, terwijl het aan de bovenkant daalde. Dat meldt het CBS in de publicatie Welvaart in Nederland 2016. 

In de laatste vijftien jaar nam alleen in 2007 de ongelijkheid in inkomen licht toe. Dat kwam door een fiscale maatregel die het voor directeuren-grootaandeelhouders aantrekkelijk maakte zichzelf in dat jaar veel dividend uit te keren. Nederland behoort, samen met onder meer Scandinavische lidstaten, al jaren tot de EU-lidstaten met de meest gelijke inkomensverdelingen.

De welvaartsongelijkheid is volgens een nieuwe welvaartsmaat van 2006 tot 2014 vrijwel ongewijzigd gebleven. Deze welvaartsmaat is gebaseerd op een combinatie van inkomen en een deel van het vermogen dat groter is naarmate de levensverwachting van de hoofdkostwinner van het huishouden korter is. Bij de jongere en middelbare leeftijdsgroepen is het inkomen de dominerende factor in de welvaart, vanaf het vijftigste levensjaar begint het vermogen een steeds grotere rol te spelen. De welvaartsongelijkheid is in de jongste leeftijdsgroep met een hoofdkostwinner tot 25 jaar daarom groot, zoals dat ook bij de inkomensongelijkheid het geval was.

© Nationale Onderwijsgids