Normal_studenten_klas_lokaal_les

Het nieuwe innovatiebeleid slaagt alleen als hogescholen een fors extra budget krijgen om hun technologische infrastructuur te vernieuwen en op peil te houden. Dat zegt bestuursvoorzitter Albert Cornelissen van hogeschool Windesheim. Tijdens de opening van het studiejaar op de Zwolse hogeschool gisteren richtte hij zijn oproep aan de politiek in Den Haag.

Hoogwaardige apparatuur en faciliteiten zijn een must om het praktijkgerichte onderzoek goed te laten aansluiten op behoeften en wensen van het mkb, de groeimotor van onze economie, stelt Cornelissen. Het Toekomstfonds voor innovatie en onderzoek dat in 2015 wordt ingevoerd, dient dus niet alleen gericht te zijn op versterking van universitair onderzoek. Hogescholen moeten mee profiteren om de snelle technologische vooruitgang te kunnen bijbenen, vindt hij.

Bovendien kan de hogeschool alleen dan professionals en cursisten afleveren die goed zijn geschoold en flexibel inzetbaar zijn. Als hogescholen hun daarvoor niet de goede leeromgeving kunnen bieden, gaat dat niet lukken, aldus Cornelissen.

Volgens Cornelissen praten alle politieke partijen nog altijd alleen over de noodzaak van academisch gevormde docenten om de kwaliteit van het onderwijs verder op te krikken. Hij kritiseerde die opstelling, te meer daar de titulatuur van een HBO-master en een universitaire master al enige tijd officieel gelijkgetrokken is.
Cornelissen: ‘Een master is een master, punt uit. HBO en WO zijn complementair, en universiteiten en hogescholen zouden hierin dus samen moeten optrekken. Als academische kwaliteit alleen wordt vertaald naar universiteiten en niet naar de onderzoekende en oplossende kwaliteiten van de docent, dan zijn we op de verkeerde weg’. Ook in de HBO-master zit wetenschappelijke vorming, alleen is de oriëntatie praktischer dan op een universiteit, aldus Cornelissen.

Hij onderstreepte dat minister Bussemaker van Onderwijs – die het HBO zelf van binnenuit kent – het met hem eens is.  ‘Het is niet meer van deze tijd om de kwaliteit van de HBO-master lager te waarderen dan die van de academische master. Docenten met beide kwalificaties moeten in het onderwijs gelijkwaardig ingezet kunnen worden’.

© Nationale Onderwijsgids