Pointer: Volt heeft gelijk dat administratieve lasten docenten negatieve impact hebben

In totaal is een docent op een basisschool in Nederland zo’n 6,5 uur per week kwijt aan administratie. Dat zegt Laurens Dassen, lijsttrekker van Volt. Dit is iets hoger dan eerder is aangetoond in onderzoek, maar is wel toegenomen door het lerarentekort. Dat zorgt er volgens hem voor dat er meer docenten uitvallen en dat het beroep populariteit verliest. Pointer ging onderzoeken of het daadwerkelijk het geval was. De conclusie: ja. Dat meldt Pointer.

Op 7 november zei Laurens Dassen in Nieuwsuur dat de administratieve druk op basisschoolleraren naar beneden moet om het lerarentekort te bestrijden. “Leraren zijn nu 6,5 uur per week bezig met administratieve lasten”, zei hij toen.

Onderbouwing

Het verkiezingsprogramma van Volt kaart vijf sectoren aan waar is gemeld dat er administratiedruk heerst: in de kinderopvang, bij zorgaanbieders, buitenlandse bedrijven, bij ondernemers en in het onderwijs. Cijfers over deze druk ontbreken in het programma.

Volgens een woordvoerder van de partij baseert Volt dit op een rapport ‘Tijdbesteding leraren po en vo’ uit 2017, geschreven door de Algemene Onderwijsbond (AOb). Daarin staat dat de administratieve lasten voor docenten op 5,7 uur per week uitkomen. Dat geldt wel voor het basisonderwijs. Voor docenten op het voorgezet onderwijs daalt het al naar 4 uur per week. Zij hoeven namelijk minder groepsplannen en rapporten te schrijven.

Dat was echter in 2017: we zijn nu zes jaar verder. Verbetering is echter niet zichtbaar. Doordat het tekort nog steeds hoog is, worden klassen samengevoegd. Dat zorgt voor een nog hogere administratiedruk, stelt AOb-woordvoerder Floor de Booys. Zij stelt dat de stelling van Dassen (6,5 uur administratielasten per week) niet ver van de daadwerkelijke hoeveelheid zit.

Anderhalf keer meer

Ook de NOS deed in 2017 onderzoek naar de belangrijkste oorzaken voor werkdruk in het onderwijs. Toen plaatste maar liefst twee derde van de 700 ondervraagde docenten de administratieve lasten in de top drie.

Een onderzoek van de Onderwijsraad uit 2021 wijst daarnaast uit dat Nederlandse docenten zo’n anderhalf keer meer tijd stoppen in administratie in vergelijking met Europese collega’s. Dat heeft ook consequenties: 12 procent van de docenten kijkt actief naar ander werk, 18 procent van de pabo-afgestudeerden stopt na vijf jaar en 9 procent doet dat zelfs al binnen een jaar.

Oplossingen

Volgens De Booys zijn er oplossingen te vinden voor dit probleem. Zij geeft als voorbeeld het uit handen geven van de administratieve last aan onderwijsondersteuners. Daarnaast kost het leerlingenvolgsysteem veel tijd.

Daarom wil de AOb een maatschappelijke discussie over de wenselijkheid van deze volgsystemen. Volgens haar wordt er teveel gemonitord. Een vermindering hiervan zou volgens haar leiden tot een verbetering van de gesteldheid onder docenten. “We willen niet radicaal het roer omgooien, maar wel meer balans”, aldus De Booys.

Gelijk

De lijsttrekker van Volt heeft dus gelijk. Nederlandse docenten zij teveel tijd kwijt aan administratie, wat leidt tot een vermindering van het werkplezier onder docenten. Daarnaast zijn zij meer tijd kwijt dat docenten uit andere landen in Europa. Of het écht om 6,5 uur per week gaat, is niet duidelijk. Daar wordt wel een onderzoek naar gedaan door de Algemene Rekenkamer, maar die wordt in de loop van volgend jaar gepubliceerd. Wel kunnen we er vanuit gaan dat de uitspraak in zekere zin klopt.

Door: Nationale Onderwijsgids