Nationale Onderwijsgids

NOG Toetsing en examens

Toetsing in het voortgezet onderwijs bestaat uit twee onderdelen. Het schoolexamen (SE) en het centraal examen (CE). Het schoolexamen bestaat uit de toetsen, of examens, die door de middelbare scholen zelf worden afgenomen, het centraal examen is een landelijk afgenomen examen.
 
Het schoolexamen (SE)
 
Middelbare scholieren krijgen verschillende toetsen gedurende hun schoolloopbaan. Deze worden in verschillende vormen afgenomen, zoals verslagen en mondelinge of schriftelijke vragen. De cijfers op deze toetsen vormen samen het schoolexamencijfer dat een leerling voor een bepaald vak krijgt. Het schoolexamen telt voor 50 procent (de helft) mee in het eindcijfer dat een leerlingen op een vak krijgt op de eindcijferlijst. De andere helft van het eindcijfer van elk vak wordt bepaald door het cijfer dat de leerling op het centraal examen behaalt.
 
Het centraal examen (CE)
 
In het laatste jaar van het voortgezet onderwijs moeten de leerlingen een centraal examen afleggen. Het centraal examen is het afsluitende eindexamen voor leerlingen van het voortgezet onderwijs. Het centraal examen is landelijk voor alle leerlingen van eenzelfde opleidingsniveau hetzelfde. Het centraal examen vindt ieder jaar in mei plaats. De examens worden uitgegeven door het College van Examens en alle leerlingen moeten de examens op precies hetzelfde tijdstip afleggen. Bijvoorbeeld: alle leerlingen uit 6 vwo leggen op hetzelfde tijdstip hetzelfde examen Engels af. Het gemiddelde van het centraal examen en het schoolexamencijfer geeft het eindcijfer per vak. Aan de hand van de eindcijferlijst wordt onder meer bepaald tot welk vervolgonderwijs (mbo, hbo of wo) een leerling toegang krijgt.
 
Staatsexamen
 
Het staatsexamen is het centraal examen, alleen dan voor leerlingen die een vmbo-, havo- of vwo-diploma willen halen zonder dat zij naar school gaan. Normaal gesproken meldt de middelbare school of de school voor voortgezet algemeen volwassenen onderwijs (vavo) leerlingen aan voor deelname aan één of meerdere centrale examens. Het staatsexamen vereist echter geen vooropleiding, in tegenstelling tot het centraal examen. Het staatsexamen is qua opmaak van vragen gelijk aan het centraal examen en vindt op hetzelfde tijdstip plaats. Deelnemers hoeven echter geen lessen te volgen om het af te kunnen leggen en zijn zelf verantwoordelijk voor de voorbereiding ervan. Verder zijn de schoolexamens vervangen door college-examens en hoeft niet voor alle vakken examen te worden gedaan. Het staatsexamen is bijvoorbeeld bedoeld voor leerlingen die na het behalen van hun middelbare schooldiploma nog een certificaat in een extra vak willen behalen.
 
De vorm van de college-examens wordt vastgesteld door het College voor Examens (CvE) en kan bestaan uit schrijfopdrachten, schriftelijke toetsen, mondelinge en praktijkexamens. Aanmelding voor het staatsexamen kan bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) en dient te gebeuren vóór 1 januari van het jaar waarin het examen afgenomen moet worden.
 
© Nationale Onderwijsgids