In de klas lijken er misschien geen grote problemen te zijn, maar klopt die buitenkant wel met de binnenkant?

Lichamelijke ziekten als bijvoorbeeld diabetes 1, astma, sommige vormen van kanker, (jong) dementie, reuma of epilepsie gaan nooit meer over. Dat geldt eveneens voor psychiatrische ziekten als depressie, schizofrenie of een bipolaire stoornis (manisch-depressiviteit). Hoewel sommige ziekten zeker een verhoogd risico hebben op overlijden staat dat in deze blog niet centraal.

De cijfers voor het aantal kinderen dat opgroeit met een chronisch zieke ouder lopen uiteen van 10 tot 25 procent. Wanneer een kind te maken heeft met een chronisch zieke ouder bestaat er een grotere kans om (tijdelijk) psychische problemen te ontwikkelen. In periodes van langdurige of tijdelijke opnames, in een (psychiatrisch) ziekenhuis of een verpleegtehuis staat het gezin nog eens extra onder druk. Er kunnen schaamte en schuldgevoelens bij zowel ouder(s) en kinderen spelen. Zeker bij psychiatrische ziekten.
Soms is de ouder (tijdelijk) minder beschikbaar door effecten van bijwerkingen van medicatie (vermoeidheid, onrust, tremor, vlakheid, lusteloosheid et cetera) en is er misschien weinig ruimte voor ontspanning.

Het gezin kan zo in beslag genomen zijn, dat bijvoorbeeld huiswerk niet kan worden gemaakt, brood voor de lunch thuis blijft liggen, informatie van school niet doorkomt of afspraken worden vergeten. Niet zelden heeft het invloed op schoolprestaties (vermoeidheid, concentratie, achteruitgaan bij toetsen).

Je geduld als leerkracht kan zo soms behoorlijk op de proef gesteld worden. Zoek het gesprek met het kind en vraag “wat betekent het voor jou?” maar ook met de ouder(s) en als dit kan met een vertrouwenspersoon. Ga na wat de leerling weet, hoe wordt de ziekte benoemd, hoe bespreek je het in de klas? Wees alert op signalen als dat de rollen in het gezin omgekeerd worden. Gaat het kind voor de zieke ouder zorgen? Is het meer dan normaal bang de ouder kwijt te raken, blijft het liever thuis en sluipt zo schoolverzuim via de achterdeur binnen? Kijk naar de kracht van het gezin maar ook naar de verhoogde kwetsbaarheid. Heeft het neiging zich te isoleren of is het juist sterker geworden? In ieder geval is de gezinsstructuur blijvend veranderd.

Kinderen willen niets liever dan gewoon zijn en zullen hun grotere of kleinere zorgen niet altijd delen. Als leerkracht heb je mogelijkheden de buitenkant met de binnenkant te verbinden. 

Mary Mijnlieff  is als orthopedagoog specialist op het gebied van rouw en trauma en in staat om leer- en gedragsproblemen te onderscheiden van problemen die ontstaan na een traumatische gebeurtenis. Haar motto is: “Kinderen leren zich te verbinden, met zichzelf en met hun omgeving”.
 
© Nationale Onderwijsgids / Mary Mijnlieff