NOG Werken in het middelbaar beroepsonderwijs

In Nederland werken verschillende professionals in het middelbaar beroepsonderwijs. Deze beroepen zijn gereglementeerd, wat wil zeggen dat de beroepen alleen uitgevoerd kunnen worden door mensen die in het bezit zijn van bepaalde kwalificaties, zoals een diploma.
 
Voor een actueel overzicht van vacatures in het basisonderwijs in heel Nederland, kunt u terecht op de vacaturesectie van de Nationale Onderwijsgids. Bij sector kiest u dan voor MBO.
 
Collectieve arbeidsovereenkomst middelbaar beroepsonderwijs
 
Voor mensen die werken in het middelbaar beroepsonderwijs geldt een collectieve arbeidsovereenkomst (cao). De CAO MBO 2016-2017 is overeengekomen voor de gehele branche en loopt van 1 juli 2016 tot en met 30 september 2017.
 
Wat verdient een medewerker in het middelbaar beroepsonderwijs?
 
In de CAO MBO 2016-2017 zijn de salarisschalen en de desbetreffende salarisbedragen per maand vastgelegd. Het maandelijkse loon van een docent middelbaar beroepsonderwijs en van het onderwijsondersteunend personeel (OOP) staat uitgewerkt in de pagina’s 81 tot en met 95 van de cao.

Wat voor opleiding heb je nodig in het middelbaar beroepsonderwijs?

Er zijn verschillende manieren waarop iemand leraar in het middelbaar beroepsonderwijs aan het werk kan. Mensen kunnen docent in het mbo worden met een tweedegraads onderwijsbevoegdheid. Wanneer een persoon geen onderwijsbevoegdheid heeft, kan hij ook als docent in het mbo aan de slag wanneer er aan enkele voorwaarden voldaan wordt.

Tweedegraads bevoegdheid

De tweedegraads bevoegdheid kan verkregen worden aan een hogeschool of aan een universiteit. Met een tweedegraads bevoegdheid is een leraar bevoegd om les te geven aan het middelbaar beroepsonderwijs (mbo), het vmbo en aan de eerste 3 jaar van havo of vwo. Er zijn drie manieren om een tweedegraads bevoegdheid te halen:

  • Hbo-lerarenopleidingen voortgezet onderwijs. De lerarenopleiding op de hogeschool is een vierjarige opleiding die bestaat uit didactiek, een lesprogramma en een stage. Om toegelaten te worden tot de opleiding is een havo-, vwo- of mbo-diploma (niveau 4) nodig.

  • Hbo kopopleiding. Dit is een eenjarige opleidingen die iemand na een hbo of wo bachelor kan volgen. De student kan dan bijvoorbeeld een bachelor economie hebben gedaan en via de kopopleiding een lesbevoegdheid halen voor wiskunde.

  • Educatieve minor op de universiteit. Tijdens een bacheloropleiding aan de universiteit kan via een minor een lesbevoegdheid behaald worden voor een deel van het tweedegraadsgebied. Na een educatieve minor kan de leraar aan het werk in de theoretische leerweg van het vmbo en de eerste 3 jaren van havo en vwo. Als de student hierna een vakmaster en educatieve master volgt, kan hij ook een eerstegraads bevoegdheid halen.

Geen onderwijsbevoegdheid

Personen die geen (tweedegraads)onderwijsbevoegdheid hebben, kunnen alsnog als leraar in het mbo aan het werk. Dit kan onder meer via een zij-instroomtraject. Om in aanmerking te komen voor een dergelijk traject dienen zij:

  • een hbo-diploma of een diploma van een universitaire opleiding te hebben.

  • een mbo-diploma te hebben plus ten minste 3 jaar praktijkervaring in het beroep waarop het onderwijs is gericht. De persoon moet daarnaast kunnen aantonen hbo- of universitair denk- en werkniveau te hebben.

Studenten die een duaal opleidingstraject in het hoger onderwijs volgen waarbij ze voor een deel van hun opleiding in het onderwijs werken kunnen ook voor de klas staan in het mbo. Zo kunnen zij alvast ervaring opdoen als onderwijsassistent, instructeur of docent mbo. Hetzelfde geldt voor werknemers die tijdelijk via een bedrijf gedetacheerd worden bij een school om hier lessen te verzorgen. Zo kan een automonteur lesgeven in autoreparaties terwijl hij na schooltijd bij een garage werkt. Voor hen gelden dezelfde eisen als voor zij-instromers.

© Nationale Onderwijsgids