Een paar jaar geleden kwam hij bij ons in de klas; onzeker, boos en gefrustreerd. Op zijn vorige plek lukte het hem niet meer om in een groep te functioneren. Eigenlijk was alles teveel en riep elke activiteit weerstand op. Opstandig gedrag, slaan, schoppen en schelden. Het was zijn manier om te laten zien dat hij echt niet goed in zijn vel zat. 

Tijdens zijn eerste wenmoment in onze groep kwamen we al met elkaar in botsing. Hij vond dat de lijmstift was bedoeld om op te eten, ik vond dat een minder goed plan. Ik vond dat hij zelf zijn beker kon opruimen, hij vond dat een minder goed plan. We stonden letterlijk recht tegenover elkaar. Hij met zijn armen over elkaar en een boze blik op zijn gezicht. Ik met het zweet op mijn rug, hopend dat hij toch ging opruimen. Dat zijn vader en de directeur op de gang stonden te wachten, maakte het er niet makkelijker op. Uiteindelijk werd de beker al mopperend opgeruimd, maar een ding was duidelijk. Het zou hard werken worden; voor hem en voor ons. 
 

Tien minuten

 
We begonnen met een strak rooster. Tien minuten inspanning werd afgewisseld met een kwartier ontspanning en dat de hele dag door. In die tien minuten werd nog niet heel veel van hem verwacht. Met elke som of met elk gelezen woord waren we tevreden. Het belangrijkste was dat er in die tien minuten iets gebeurde. Toch waren het telkens weer tien heel inspannende minuten. Voor hem, omdat er iets van hem werd verwacht en voor ons, omdat die tien minuten elke keer individueel begeleid moesten worden. Ik weet nu dat er heel veel ‘tien minuten’ in een schooldag passen. Het kwartier ontspanning was voor iedereen even ademhalen. Hij kon even op adem komen en als hij achter de computer zat, konden wij op iets meer afstand begeleiden. 
 

Patroon 

 
Het was voor iedereen heel intensief en zeker niet makkelijk. Opstandig gedrag, slaan, schoppen en schelden; het was een ingeslepen patroon geworden. Regelmatig werden werkbladen verscheurd, vlogen boekjes door de klas of kwam zijn frustratie er via zijn handen en voeten uit. Toch hielden we allemaal vol en langzaam veranderde er iets. Een sommetje werden twee sommetjes, een woord werd een zin en tien minuten werken werd een kwartier werken. Toen de zomervakantie aanbrak, konden we concluderen dat het voor hem en voor ons pittig was geweest, maar dat hij in het nieuwe schooljaar het rooster van de groep kon volgen. Een hele knappe prestatie als je kijkt waar hij vandaan kwam.
 
In de jaren daarna bleef hij zich ontwikkelen. Hij leerde om zelfstandig in zijn werkhoek te werken. Van een werkbak met een korte opdracht en individuele begeleiding naar vier werkbakken met vier opdrachten en begeleiding op afstand. Een enorme groei! De ingeslepen patronen verdwenen niet helemaal, maar het slaan en schoppen stopte en de boekjes vlogen niet meer door de lucht. (Als hij het nodig vindt, legt hij nu gewoon de werkbladen op de kop in de hoop dat niemand ziet dat het werkblad niet is gemaakt). 
 

Succeservaring

 
En dan zijn we aangekomen bij vandaag. Hij is in de werkhoek aan het werk. De eerste drie werkbakken heeft hij al gemaakt en hij is met de puzzel in de vierde bak bezig als hij bij mij komt. “Karin, denk jij dat ik dat kan, al mijn werkjes die ik moet maken in één bak?” Ik denk aan waar hij vandaan komt, hoe hij is gegroeid en hoe goed het is dat hij zelf bij mij komt, klaar voor de volgende stap. Inwendig juich ik, maar dit laat ik nog niet aan hem zien. Ik wil graag dat het voelt als zijn beslissing, zijn succeservaring. Ik vraag hem daarom wat hij zelf denkt.
 
Aan zijn friemelende handen zie ik dat hij onzeker is over het antwoord. Ik benoem daarom voor hem wat hij de afgelopen jaren allemaal heeft geleerd en vraag hem daarna nogmaals wat hij zelf denkt. Zachtjes antwoordt hij: “Ik denk het wel.”  Nu laat ik mijn blijdschap wel degelijk zien. Als hij denkt dat het kan, weet ik zeker dat hij het kan! Samen ruimen we zijn werkbakken op en maken een nieuwe werkbak met vier opdrachten. Als we klaar zijn, krijg ik spontaan een knuffel van hem. Zijn ogen stralen als hij zegt: “Ik kan dit hè?” Ik straal met hem mee, want wat ben ik trots op deze jongen en de groei die hij heeft doorgemaakt!
 
Karin Boers is moeder van twee dochters en leerkracht in het speciaal onderwijs. Na de pabo heeft ze eerst gewerkt op een Montessorischool. Na twee jaar maakte ze de overstap naar het speciaal onderwijs. Het zml-onderwijs om precies te zijn. Al vele jaren werkt ze nu met veel plezier op een zml-school in het mooie Twente. In al die jaren heeft ze kinderen van verschillende leeftijden mogen lesgeven en mogen genieten van kleine stapjes en grote sprongen.
 
© Nationale Onderwijsgids / Karin Boers