Hedendaags onderwijs vraagt steeds meer om dienende leraren, die leerlingen de ruimte geven op eigen wijze te bloeien en groeien. Als dienend leraar is het voor mij belangrijk dat de leraar-leerlingen in mijn workshops hun eigen geluid mogen laten horen. Dat ze op eigen wijze vorm kunnen geven aan het onderzoek dat ik, met voorbeelden en vragen, op gang breng. In eerste instantie ben ik dus wel aanjager. In eerste instantie is het mijn taak om de 'leerlingen' in mijn groepen nieuwsgierig te maken. Dat kan ik doen door een onderwerp dichtbij de belevingswereld van deze leerlingen te kiezen, maar ik kan ook nog een stap verder gaan, en in een eerste workshop tijd nemen om te verkennen wat een boeiend onderwerp zou kunnen zijn. Met een leeg script te beginnen en deze al doende te vullen. Van Niets naar Iets. Dit vraagt een groot vertrouwen, op eigen en andermans improvisatievermogen. En op eigen stevig leiderschap. Rust. Regie. Kunnen filteren. Kunnen kiezen. Knopen doorhakken. Weten. Structuur zoeken en bieden. Eenvoud. Poe! Een flinke uitdaging dus. Dienend meesterschap voor gevorderden.

Want duurt dit beginnend zoeken te lang, is de twijfel te groot, dan nodigt het uit tot
getetter en gekakel,
een kakofonie aan geluiden en mogelijkheden,
chaos;
en ontstaat ongetwijfeld een roep om duidelijkheid,
een aanzwellen van frustratie,
een oorverdovende stilte,
of een overdonderend geluid;
wellicht zal men zijn eigen gang gaan
vertrekken
of ontsporen
of zal een andere leider opstaan
overrulen
en jou achterlaten
met bonzend hart
klotsende oksels
en gedachten die als een wervelstorm door je hoofd heen razen

Dat wil je
liever
niet!

Laten we het iets gemakkelijker maken en zorgen voor een 'grondtoon'.

Bijvoorbeeld: In mijn lessen, workshops, trainingen is het beginpunt altijd duidelijk, en kan ik daar dus altijd op terugvallen:

Óf ik ga aan de slag met de stem, met spreken, met zingen. Is de stem eenmaal opgewarmd dan dient er zich al van alles aan, wat een mooi uitgangspunt is voor het vervolg!
Óf ik ga aan de slag met het gegeven dat de wereld een podium is, en wij allen de spelers. En hoe kun je dan als regisseur, schrijver, speler of toeschouwer invloed uitoefenen op dit spel dat gespeeld wordt.

Deze beide 'grondtonen' blijken, meestal, genoeg houvast te bieden voor improvisatie en onderzoek.  Soms niet hoor, soms ontstaat er chaos, onduidelijkheid, een roep om structuur, en kom ik de grenzen en valkuilen tegen van mijn improvisatievermogen.

Dan vraagt deze 'grondtoon' om 'een ritme', of 'andere tonen, instrumenten, een melodie'. Duidelijke kaders.
Door een duidelijke doelgroep te kiezen, bijvoorbeeld 'beginnende leraren', of een duidelijk thema, bijvoorbeeld 'natuurlijk overwicht'.
En door ook deze doelgroep, en/of het thema, verder op te splitsen en uit te werken, bijvoorbeeld in:   'spelen met status', 'vinden van rust', 'de impact van je stemgebruik'.
En hoe meer je het onderwerp en het doel invult, en werkvormen erop aan laat sluiten, hoe duidelijker de structuur, hoe afgebakender het geheel, hoe meer de 'symfonie' vast gaat liggen en te herhalen is.
Met het risico:
Minder ruimte voor de (interesse van) deelnemers, voor eigen inbreng, een eigen geluid, een eigen onderzoek.

Hoeveel ruimte bied jij als leraar jouw leerlingen? Hoe dienend, vertrouwend en improviserend durf, kun, wil jij zijn?

Durf jij te spelen met deze vorm dienende vorm van leiderschap, de grenzen te zoeken van eigen rust, regie en improvisatievermogen?