Normal_kinderboek_tosca_menten

In het traject De Schoolschrijver worden kinderen in het basisonderwijs enthousiast gemaakt om verhalen te vertellen, te lezen en te schrijven. Dit wordt gedaan door kinderboekenschrijvers. Uit onderzoek naar het traject blijkt dat 92 procent van de leerlingen over het algemeen enthousiast was over het traject en over de Schoolschrijver die hun klas bezocht. Een op de drie leerlingen gaf aan na het traject meer boeken te willen lezen. En een op de vijf leerlingen zei thuis vaker voorgelezen te willen worden. Dat meldt de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

Gedurende een half jaar gingen kinderboekenauteurs langs scholen. Wekelijks bezochten ze drie klassen. Na een training over de methodiek van De Schoolschrijver maakten de schrijvers in samenspraak met de scholen een programma op maat. Het aanbod was gericht op creatief schrijven, lezen en voorlezen. Alle leerkrachten kregen een professionaliseringsworkshop.

De leerkrachten zagen na afloop van het traject vooral een vooruitgang in de non-cognitieve vaardigheden van de leerlingen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om plezier in lezen en schrijven, fantasie, nieuwsgierigheid en creativiteit. De leerkrachten gaven aan het belangrijk te vinden dat leerlingen meer interesse kregen en gemotiveerd werden voor lezen en schrijven. De leerkrachten werden zelf ook geïnspireerd voor het geven van stelonderwijs. Zo willen ze meer tijd voor feedback en het voorbereiden van de lessen.

Het traject werd geëvalueerd door het onderdeel Hersenen en Cognitie van de NWO en het Centrum Brein & Leren van de Vrije Universiteit Amsterdam. Aan het onderzoek werkten 290 leerlingen van groep 5 tot en met 8, elf leerkrachten en alle dertien kinderboekenauteurs mee. 

© Nationale Onderwijsgids