Betrouwbaarheid is doorslaggevend voor vertrouwen in de overheid

Nu overal in het land omgekeerde vlaggen hangen, lijkt het vertrouwen in de politiek op een dieptepunt beland. De stikstofcrisis vormt, naast de woningcrisis, de asielopvangcrisis, de afhandeling van de toeslagenaffaire, coronacrisis en de Groningse aardbevingenschade opnieuw een grote uitdaging voor de reputatie van de overheid. Maar: hoe staat het er nu écht voor met het vertrouwen dat Nederlanders hebben in hun politieke instituties? En in hoeverre is dat vertrouwen of wantrouwen gebaseerd op de prestaties van de overheid? Dat meldt de Universiteit Utrecht. 

Uit onderzoek van de Universiteit Utrecht blijkt dat Nederlanders zuinig zijn met hun vertrouwen (gemiddeld een zes), en dat het vertrouwen meedeint op de grote politieke ontwikkelingen in het land. Wanneer men bijvoorbeeld ontevreden is over de langdurige formatie, daalt het vertrouwen. Omgekeerd kan het stijgen als men bijvoorbeeld tevreden is over de staat van de economie. De onderzoekers zien wel toenemende polarisatie in het politiek vertrouwen en benadrukken dat politieke leiders aan zet zijn om de reputatie van een betrouwbare overheid te verbeteren. "Want het is met name de betrouwbaarheid van de overheid die doorslaggevend is voor het vertrouwen", zegt projectleider Lisanne de Blok.

Rapport 

Luistert de overheid goed naar haar burgers? Weegt ze alle belangen, is ze onpartijdig en rechtvaardig? Volgt de overheid de regels, is ze helder over de redenen voor beslissingen en vooral: komt ze haar beloftes na? Dan is de kans groot dat het vertrouwen toeneemt. Dat stellen de onderzoekers in het rapport Gefundeerd politiek vertrouwen? Op zoek naar de relatie tussen overheidsprestaties en het vertrouwen in politieke instituties dat zij schreven in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

Genuanceerder beeld 

Lisanne de Blok en Lars Brummel van het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) deden onderzoek onder een representatieve groep van 1750 Nederlanders en combineerden deze met enquêtegegevens van langere termijn (2008 tot en met 2022). Op basis daarvan stellen zij vast dat, anders dan de zorgwekkende toon in het publieke debat over een laag politiek vertrouwen, dit een genuanceerder beeld laat zien van het politiek vertrouwen in Nederland.

Dalingen en stijgingen 

Gemiddeld genomen laat het politieke vertrouwen in Nederland over de langere termijn geen dalende trend zien. Als een thermometer gaat het vertrouwen dat Nederlanders hebben in politieke instituties op en neer met de belangrijkste ontwikkelingen, zoals een economische crisis of een virusuitbraak. Na dalingen en stijgingen keert het vertrouwen vaak terug naar een 6 (een rapportcijfer op een schaal van 0 tot 10), waarmee Nederlanders gemiddeld neigen naar zuinig vertrouwen in de belangrijkste politieke instituties van het land.

"Mensen zijn gewoon zuinig met hun vertrouwen en dat is ook wenselijk voor de democratie", zegt Lisanne de Blok. "Je wilt ook dat mensen hun vertrouwen laten afhangen van de prestaties, niet zomaar blind vertrouwen op politiek leiders. De reputatie van de overheid heeft het afgelopen jaar wel wat deuken opgelopen, dus dat op dit moment het vertrouwen lager is, is logisch."

Prestaties van de politiek 

Het rapport laat ook zien dat het vertrouwen voor een groot deel gebaseerd is op de gepercipieerde prestaties van de politiek, en dat dit nóg sterker het geval is voor burgers met een laag vertrouwen. Welke typen prestaties daarbij bepalend zijn, verschilt per context en per individu.

Tevredenheid 

Zo daalde de economische tevredenheid tijdens de laatste recessie (2008), en steeg de tevredenheid met de zorg tijdens de coronapandemie. Daarnaast zijn er grote verschillen in de tevredenheid tussen beleidsterreinen. Anno 2022 zijn Nederlanders het minst tevreden met het woonaanbod, de jeugdzorg en het immigratiebeleid, en het meest tevreden met de veiligheid en sociale zekerheid. Maar niet alle beleidsterreinen hebben evenveel invloed op het politiek vertrouwen: het vertrouwen in de Nederlandse regering hangt vooral samen met de economische tevredenheid en de tevredenheid met het functioneren van de verzorgingsstaat.

De onderzoekers stellen wel vast dat de variatie in het politiek vertrouwen structureel is toegenomen in de afgelopen 15 jaar: Nederlanders verschillen sterker in hun mate van vertrouwen.

Polarisatie 

"We zien steeds meer polarisatie in het vertrouwen", zegt Lisanne de Blok, "een groot deel van de Nederlanders heeft wel vertrouwen maar er is een groeiende groep die zich steeds meer in negatieve zin uit."

Ondanks dat burgers dezelfde overheden beoordelen, verschillen ze dus in hun mate van vertrouwen. Dat is volgens het onderzoek deels te verklaren doordat burgers ook verschillen in welke typen prestaties ze meewegen in hun oordeel. Een beleidsterrein dat belangrijk wordt gevonden door een individu heeft een groter effect op zijn/haar politiek vertrouwen.

"Het is wel belangrijk om te vermelden dat we voor dit rapport voornamelijk hebben gekeken naar de percepties van overheidsprestaties, en niet zozeer naar de relatie tussen daadwerkelijke ‘objectieve’ overheidsprestaties en het politiek vertrouwen," voegt De Blok daaraan toe.

Wantrouwende burgers 

Vooral het verloop van het besluitvormings- en uitvoeringsproces is voor iedereen een belangrijke bron voor het politiek vertrouwen, maar nog sterker voor wantrouwende burgers. Zij baseren hun vertrouwensoordeel in veel grotere mate op hun percepties of de overheid o.a. transparant, eerlijk, en onpartijdig te werk gaat. "Zij vinden dit ongeveer vier keer zo belangrijk als burgers met relatief hoog politiek vertrouwen," zegt De Blok.

Door: Nationale Onderwijsgids