
Naar de BSO of op schoolreis: wat zijn de regels voor vervoer?
Een schoolreisje of veldtrip, altijd leuk. Je kind staat te trappelen van opwinding en als ouder gun je jouw kind dit avontuur. Natuurlijk zwaai je de bus ‘s ochtends uit en haal je ‘s middags de lege bus (want juf is de kinderen vergeten!) weer binnen. Maar hoe zit het eigenlijk met de regels? Mag jouw kind wel zonder stoeltje of verhoger de weg op?
Regels en uitzonderingen
Over het algemeen moeten kinderen tot 1.35 altijd in een autostoeltje vervoerd worden. We schreven daar eerder dit artikel over, waarin je leest hoe het zit bij vervoer in auto’s.
Samengevat moeten alle kinderen tot die lengte in een goedgekeurde autostoel, moeten daarna gordels altijd om, en zijn zitverhogers een prima oplossing bij ‘af en toe.’
Maar hoe zit het bij incidentele reizen zoals een ritje in een bus of taxi?
Incidenteel of structureel
Het belangrijkste verschil zit hem erin of de rit een structureel of incidenteel karakter heeft.
Één keer op schoolreis of eens naar het museum is incidenteel en afwijkend van normaal. Veel van de reguliere regels bij vervoer gelden dan niet. Zo mogen kinderen dan soms zelfs zonder gordel of op schoot.
Taxi (met blauw kenteken)
> kinderen jonger dan 3 jaar mogen los op schoot, wel achterin!
> kinderen vanaf 3 jaar mogen in de gordel
Streekbus en stadsbus
> het dragen van een gordel is niet verplicht
Touringcar
> in een touringcar is het dragen van gordels voor kinderen wel verplicht, tenzij:
er geen gordels inzitten (bij bussen van voor 1995),
het kind onder de 4 jaar is. Zij mogen los of op schoot, maar dan niet in de gordel.
> Kinderen boven de 4 jaar moeten wel een eigen zitplaats hebben
Auto (anders dan zelf de chauffeur in je eigen auto)
> Kinderen tot 3 jaar moeten altijd in een gordel, geen uitzonderingen mogelijk.
Wel een plek, geen gordel? Deze kleintjes mogen dan niet mee.
> Kinderen boven de 3 mogen mee in de gordel, autostoeltjes zijn niet verplicht.
De BSO-bus
Verwar allereerst de BSO-bus niet met een gewoon busje. Kinderen worden voor een BSO namelijk ook vaak opgehaald in een busje, lijkend op een regiobus of taxibusje, met of zonder blauw kenteken.
De BSO-bus is de nieuwe naam voor wat voorheen bekend stond als de Stint. Uiteraard is deze bso-bus uitvoering vernieuwd en getest, en goedgekeurd om kinderen mee te vervoeren. Kinderen zitten naast en tegenover elkaar, ieder in hun eigen gordel.
Overigens mogen er voorlopig nog 10 kinderen op vervoerd worden, vanaf 2026 wordt dit teruggebracht naar 8.
Busje
Bij gebruik van een ‘gewoon’ busje is er een grijs gebied te herkennen. Bij incidenteel – en hier zullen veel organisaties zich op beroepen – vervoer hoeven er geen autostoeltjes etcetera te worden gebruikt.
De meeste kinderen hebben echter vaste dagen waarop zij naar de bso gaan. Als zij op deze dagen steeds worden opgehaald door het busje (en niet afgewisseld met bakfiets, bso-bus of anders), dan valt dit onder structureel vervoer en zijn autostoeltjes wél verplicht.
Omdat het in de praktijk echter vaak niet haalbaar is deze stoeltjes aan te bieden (de bus rijdt na het afleveren van de eerste kinderen vaak door naar andere kinderen, met weer andere wensen en benodigdheden), moet je er als ouder vanuit gaan dat er niet voldoende stoeltjes aanwezig zijn. Vind je dit vervelend? Besluit dan in gesprek te gaan met de BSO en bijvoorbeeld zelf een zitverhoger mee te geven.
Bron: rijksoverheid, anwb, kinderveiligheid.nl, brancheorganisatie Kinderopvang