Minister wil verplichte stagevergoeding, maar twijfelt over de uitvoering
Het wettelijk verplichten van stagevergoedingen is mogelijk, maar brengt ook “wezenlijke dilemma’s” met zich mee, laat demissionair onderwijsminister Gouke Moes weten aan de Tweede Kamer. Een Kamermeerderheid wil zo’n wettelijke verplichting voor stagiairs, maar het definitieve besluit laat Moes over aan zijn opvolger.
Moes verwacht dat “de contouren van een wetsvoorstel” voor de zomer naar de Kamer kunnen. Studenten hopen intussen dat de politiek snel knopen doorhakt. “Studenten wachten al vijf jaar”, zegt voorzitter Sarah Evink van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO). “Stagiairs zitten financieel in de knel en hebben oplossingen nodig.”
De binnenkort afzwaaiende BBB-minister schetst meerdere zaken waar beslissingen over genomen moeten worden. Bijvoorbeeld het vastleggen van een minimumbedrag. Sommige bedrijven zijn “mogelijk niet in staat of welwillend om de vergoeding te betalen, waardoor het aantal beschikbare stageplekken zou kunnen afnemen”, schrijft Moes.
Stagefonds
Volgens ambtenaren op het ministerie is het in het algemeen niet goed te voorspellen welke effecten een wettelijk verplichte stagevergoeding zou hebben op het aanbod van stageplekken. “Voor een aantal groepen wordt wel een daling verwacht, bijvoorbeeld in bepaalde sectoren, bij kleine bedrijven en zelfstandigen en bij stages voor jongerejaars studenten”, staat in de Kamerbrief.
Eventueel kan dat worden opgelost door een stagefonds op te richten, waar de overheid en bedrijven dan aan bijdragen. “Er is bij een regeling echter een risico op onbedoeld gebruik door bedrijven die eigenlijk geen ondersteuning nodig hebben”, zegt Moes erbij.
ISO is niet bezorgd over afnemend aanbod en pleit ervoor om vooral te “focussen op de oplossingen”.