Kinderopvang heeft minder last van personeelstekort, maar wachtlijst wel lang

In de kinderopvang zijn de personeelstekort stabiel. Toch blijft het wachten op een beschikbare plek. Een op de zeven ouders moet langer wachten dan drie maanden. Dat meldt NU.nl.

In de kinderopvangsector is het aantal openstaande vacatures afgenomen. Dat schreef demissionair minister Karien van Gennip van Sociale Zaken en werkgelegenheid donderdag 4 april aan de Kamer.

Tekort van zesduizend medewerkers 

Er blijft tot en met 2026 een tekort aan zesduizend medewerkers in de kinderopvangsector. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verwacht zelfs dat de tekorten weer gaan toenemen in 2027. Men wil rond die tijd de opvang bijna gratis maken, daardoor zal de vraag naar kinderopvang toenemen.

Personeelstekorten zijn stabiel 

Ouders hoeven nu minder lang te wachten op een plekje voor hun kind omdat de personeelstekorten in de kinderopvang stabiel zijn. Ouders die hun kind naar een kinderdagverblijf willen brengen moeten nu maximaal een maand wachten voordat er plek is. Dat geldt voor 62 procent van de ouders. Bij de buitenschoolse opvang (bso) geldt dit voor 75 procent van de ouders en bij de gastouderopvang voor 76 procent van de ouders.

Wachtlijst 

Toch zijn er nog redelijk veel kinderen die niet meteen op de opvang terechtkunnen. Sommige ouders moeten drie maanden wachten op een plek. Bij kinderdagverblijven geldt dat voor 15 procent van de ouders en bij de bso voor 12 procent van de ouders.

Gastouders 

Bij de gastouderopvang is er sprake van een stijging. In de eerste drie maanden van 2023 hoefde maar 7 procent van de ouders langer dan drie maanden te wachten. In de laatste drie maanden van 2023 was dat 12 procent.

Daarom wil het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid weten waarom het aantal gastouders daalt.

Door: Nationale Onderwijsgids / Femke van Arendonk