Nieuw practoraat moet mbo‑uitval beter voorkomen
In het mbo groeit de aandacht voor praktijkgericht onderzoek. Steeds meer scholen richten een practoraat op: onderzoek door docenten zelf, gericht op problemen die zij dagelijks in de klas zien. ROC Midden Nederland startte onlangs het practoraat Passend Onderwijzen, dat moet helpen voorkomen dat studenten vastlopen of uitvallen. Dit meldt de Volkskrant.
Onderzoek vanuit de klas
Docenten onderzoeken uiteenlopende vraagstukken die zij in hun lessen tegenkomen. Zo ziet installatietechniekdocent Detlef de Kriek dat technisch sterke studenten moeite hebben met taal, en onderzoekt hij hoe taalvaardigheid beter kan worden verweven in het vakonderwijs. Andere docent‑onderzoekers richten zich op uitstelgedrag, concentratieproblemen en verschillen in leerbehoeften.
Het practoraat moet bijdragen aan een beter begrip van waar mbo‑studenten vastlopen. Jaarlijks verlaten tienduizenden jongeren voortijdig hun opleiding, vaak door schulden, mentale problemen of een verkeerde studiekeuze. “We willen voorkomen dat studenten vastlopen, niet pas ingrijpen als het misgaat,” zegt practor Ditte Lockhorst.
Practoraten in opkomst, maar nog zoekende
Practoraten zijn inmiddels stevig in opmars. Waar onderzoek traditioneel bij universiteiten en hogescholen lag, groeit in het mbo een eigen onderzoekspraktijk. Er bestaan inmiddels ruim 150 practoraten, variërend van ouderenzorg en energietransitie tot AI en kansengelijkheid. De politiek ondersteunt die ontwikkeling, omdat het mbo een cruciale rol speelt in het oplossen van personeelstekorten.
Toch staat onderzoek in het mbo nog in de kinderschoenen. Er zijn weinig vaste richtlijnen, geen ethische commissies en beperkte toegang tot wetenschappelijke databanken. Docenten combineren onderzoek met lesgeven, wat volgens Lockhorst juist een kracht is: zij kennen hun studenten en zien direct waar verbetering mogelijk is.
Van onderzoek naar aanpassingen in de klas
Tijdens een bijeenkomst op de Tech Campus in Nieuwegein presenteerden docent‑onderzoekers hun plannen. Sportdocent Wout van der Veen onderzoekt bijvoorbeeld waarom studenten opdrachten uitstellen en ziet hoe jongeren het overzicht verliezen bij langere trajecten.
Het practoraat loopt vier jaar en moet leiden tot concrete aanpassingen in lessen, begeleiding en curriculum. Het doel: onderwijs dat beter aansluit op de diversiteit van mbo‑studenten, zodat meer jongeren hun opleiding succesvol afronden.