Doorstroomtoets 2026: een momentopname van wat een leerling weet niet kan
Voor achtstegroepers zijn het spannende weken, want zij maken nu de jaarlijks terugkerende doorstroomtoets. Deze toets meet vooral de theoretische kennis van de leerlingen. Maar, veel kinderen leren juist op een andere manier. Dat meldt EenVandaag.
Vroeger werd de eindtoets op de basisschool ook weleens ‘de toets der toetsen’ genoemd. Deze toets moest goed gemaakt worden, want deze bepaalde naar welk niveau de achtstegroeper op de middelbare school ging. Sinds schooljaar 2023/2024 is de eindtoets de doorstroomtoets geworden en is ook de beoordeling op de schop gegaan.
Doorstroomtoets is ‘laatste controle’ op voorlopig schooladvies
Volgens het ministerie van Onderwijs is de doorstroomtoets niet een eindoordeel, maar een laatste controle op het voorlopige schooladvies. De meester of juf van groep acht geeft dat schooladvies voordat de doorstroomtoets van start gaat. Als de doorstroomtoets uiteindelijk een hoger advies geeft, moet het advies van de leraar naar boven worden bijgesteld. Naar beneden bijstellen gebeurt eigenlijk nooit op basis van de resultaten van de doorstroomtoets.
Leerlingen die het op school heel goed doen, maar de doorstroomtoets lastig vinden vanwege faalangst, kunnen hiermee opgelucht ademhalen.
Zes verschillende toetsaanbieders
Vroeger werd de toets ‘Cito-toets’ genoemd. Cito biedt nog wel een toets aan, maar is niet meer de belangrijkste speler. Scholen kunnen nu uit zes verschillende toetsaanbieders kiezen. De Leerling in beeld-toets van Cito wordt nog wel het vaakst gebruikt.
Schoolkeuze
Volgens onderwijsantropoloog Floris Burgers van de Radboud Universiteit worden Nederlandse kinderen nu veel te jong ingedeeld op een bepaald schoolniveau. In Nederland gebeurt dat rond de 12de verjaardag, maar in het buitenland gebeurt dit vaak als de scholieren zestien zijn. Op een later moment een schoolkeuze maken heeft meer voordelen, volgens Burgers. Leerlingen weten dan wat ze echt leuk vinden en waar ze goed in zijn.
‘Hoger en lager’
Ook de term ‘hoger’ vindt Burgers verschrikkelijk. “Als een leerling heel goed is met zijn handen en praktische talenten bezit, maar ook goede theoretische kennis heeft, wordt er als advies vwo gegeven. Terwijl vmbo veel beter bij de leerling past.” Praktische opleidingen staan nog steeds in een negatief daglicht, terwijl we in Nederland juist heel veel praktisch geschoolde mensen nodig hebben.