Leenstelsel en kamertekort houden studenten bij hun ouders
Studenten in het hoger onderwijs bleven na de invoering van het leenstelsel in 2015 vaker thuis wonen tot aan hun afstuderen. Of ze gingen veel later op zichzelf wonen. Dit komt naar voren in een onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI). Dat meldt de NOS.
Van de studenten die in 2023 afstudeerden bleef 43 procent tijdens de studietijd thuis wonen. Van de studenten die in 2016 afstudeerden lag dit aantal nog op 31 procent. Daarbij zit ook nog een verschil tussen mannen en vrouwen. Van de mannen die in 2020 afstudeerden, ging meer dan de helft niet op kamers tijdens hun studententijd. Bij de vrouwen lag dit percentage op 34 procent.
Hbo’ers en universitaire studenten
Hbo’ers gaan minder vaak op kamers dan universitaire studenten. 41 procent van de hbo’ers die in 2015 afstudeerden, ging niet op kamers. Bij de universitaire studenten lag dit percentage op 19 procent.
In 2023 steeg het aantal thuiswonende hbo’ers naar 55 procent en het aantal thuiswonende universitaire studenten naar 32 procent.
Later op kamers
Studenten die wel het ouderlijk huis verlieten, deden dit sinds de invoering van het leenstelsel een stuk later in hun studententijd. 63 procent van de studenten die afstudeerden in 2016 woonden na het eerste studiejaar nog bij hun ouders. Bijna 80 procent van de studenten die in 2023 afstudeerden woonden nog thuis na hun eerste studiejaar.
Sociaal leenstelsel
Het sociaal leenstelsel werd in 2015 ingevoerd. Studenten konden geld lenen om hun studie te betalen. Op het leenstel kwam al snel kritiek, want studenten kwamen met hoge schulden te zitten. De basisbeurs kwam uiteindelijk in 2023 weer terug.
Kamertekort
De Landelijke Monitor Studentenhuisvesting liet eerder al weten dat studenten niet meer op zoek zijn naar een studentenkamer omdat ze weten dat er een groot tekort is aan woningen. Ook de huur die studenten betalen is gestegen naar bijna 50 procent.