Cursisten opleiding Talentbegeleider bij Novilo

Hoogbegaafden kinderen hebben uitdaging nodig, dat is wel bekend. Wat we soms vergeten is slechts een nuance. Alle kinderen hebben uitdaging nodig. Een mens leert pas iets nieuws in de zone van de naaste ontwikkeling. Niet te makkelijk, ook niet té moeilijk. Met inspanning bereikbaar: de juiste uitdaging. Die zone ligt bij hoogbegaafde kinderen verder dan bij de gemiddelde leerling, wat maakt dat de gemiddelde leerstof onvoldoende tot leren leidt. Hoogbegaafden hebben dus ook en bovendien andere uitdaging nodig.

Door Gastblog - Marrigje de Bok van Novilo

Jorn uit groep vijf valt op door zijn drukte en beweeglijkheid. Hij heeft het hoogste woord, weet het altijd beter (en dat klopt ook), verdraagt geen onrechtvaardigheid en is soms heel dwars en snel boos. Zijn werkhouding wisselt van zeer toegewijd naar rebels. Zijn resultaten van briljant naar dik onvoldoende.

Marit uit groep drie is leergierig en ijverig. Altijd aardig voor anderen en zelf soms zo onzeker. De eerste helft van het schooljaar maakt ze haar toetsen praktisch foutloos. Daarna krijgt ze steeds vaker haar werk niet af. Het ziet er slordig uit en zit vol kleine, vreemde foutjes. Ze zit ook zo vaak uit het raam te staren….

Het ‘hb woord’...

En dan valt het woord hoogbegaafd. Door de ouders, iemand op school, een coach, een ergotherapeut of desnoods de zwemleraar. Terwijl dat nu niet was waar je als leerkracht als eerste aan dacht. Hoogbegaafden zijn toch zo superslim? Die zijn toch overal goed in en hebben hun werk in een mum van tijd af? Die halen toch altijd hoge scores?

Zeker, die zijn er ook. Intelligente kinderen die zonder problemen door de basisschool komen, een goede werkhouding hebben, snel werken en hoog scoren en ook nog eens sociaal handig en aardig en (soms te) aangepast zijn. Kinderen van wie je er wel dertig in de klas wilt. Hun problemen beginnen soms pas op het VO of nog later, in de studie, op het moment dat ze ontdekken dat ze de vaardigheden missen om iets te leren wat niet vanzelf gaat.

Evenzoveel of zelfs meer hoogbegaafde kinderen zijn er die opvallen door ander, soms storend gedrag, door leer- en werkhoudingsproblemen of door een zeer wisselend beeld in resultaten. Hun slimheid wordt vaak wel gezien, maar nee, uitzonderlijk intelligent lijkt dit kind toch niet te zijn.

Hier kunnen vele factoren door elkaar gaan spelen. Enerzijds hebben de kinderen die op deze manier opvallen op bepaalde punten een gebruiksaanwijzing. Jorn is beweeglijk en impulsief en heeft moeite om zijn emoties te reguleren. Hij zal wat hulp kunnen gebruiken om te leren dealen met het onrecht in de wereld. Hij stort zich vol overgave in zijn geliefde vakken, maar wordt weigerachtig bij ‘stom’ werk. Hoe kunnen wij hem helpen om te leren om ook vervelende klussen te doen?

Marit past zich erg aan en doet wat van haar verlangd wordt. Dus ook als ze rijen sommen moet maken die ze al lang kan. Maar dan verslapt haar concentratie en maakt ze fouten en dat maakt haar onzeker. Je zou haar gunnen dat ze wat zelfverzekerder is en durft te laten horen wat ze al kan en wat haar dwars zit. Een leerkracht die haar echt goed ziet kan haar daar heel goed bij helpen. 

Anderzijds ontstaan er juist problemen doordat het niveau en het tempo van het lesaanbod niet aansluit bij het hoogbegaafde kind. Te makkelijk werk kan leiden tot onderpresteren en motivatieverlies. De leerling gooit er met de pet naar of werkt nog wel maar presteert ver onder zijn niveau of zelfs onder het niveau van de jaargroep. Of het kind maakt alles netjes, maar ontwikkelt geen vaardigheden omdat alles zo makkelijk is. Doorzetten, concentreren, plannen, leerstrategieën ontwikkelen, het is allemaal niet nodig als alles vanzelf gaat. En met een lesaanbod dat niet aansluit, voelt een leerling zich niet gezien, niet competent, niet serieus genomen, dus ook niet verantwoordelijk.

Dat alles kan een keur aan niet handig of ongewenst gedrag veroorzaken, waar zowel de leerkracht, de groep als het kind zelf veel last van kunnen hebben. Clownesk, druk, dwars, weigerachtig, vermijdend, teruggetrokken, boos, verdrietig, onzeker….

De uitdagingen op een rij

Tijl Koenderink zag in de praktijk dat leerkrachten wel wat hulp kunnen gebruiken om hoogbegaafde kinderen te begrijpen en goed met hen om te gaan. Daarom schreef hij zijn boek ‘de 7 uitdagingen.’ De kennis, de inzichten en vooral de vele praktische adviezen daarin, zijn voor al vele leerkrachten behulpzaam geweest om de gebruiksaanwijzing van deze kinderen te leren lezen en hun pedagogisch en didactisch te kunnen gaan bieden wat zij nodig hebben.

Het boek vormt het fundament voor Koenderinks opleidingsinstituut Novilo. De aanpak is gebaseerd op good practices. Wat werkt, dat werkt. Werkt iets bij tien kinderen maar bij de elfde niet, ga dan iets anders doen. Kennis is belangrijk, gaan doen minstens even belangrijk. Wil je echt met onderwijs aan hoogbegaafden aan de slag, neem dan een lerende, reflecterende en ontwikkelingsgerichte houding aan. Kijk elke dag weer wat goed gaat en wat beter of anders kan.

De eerste uitdaging in het boek is die van de overtuigingen. Daar kunnen leerlingen in vast zitten – ik kan me niet concentreren, ik heb geen goed geheugen, ik ben vast dom…..En hoe staat het met onze overtuigingen als volwassenen? Hij is toch zo slim, zij moet dit kunnen, de leerkracht weet het beter, ik stel de normen, hoogbegaafden hebben altijd hoge scores……

Durf jij ze onder de loep te nemen?


Marrigje de Bok heeft de opleiding Talentbegeleider voor zelfstandig begeleiders afgerond bij Novilo. Naast het runnen van haar eigen praktijk schrijft zij regelmatig over de verschillende aspecten die met begaafdheid te maken hebben voor Novilo. Novilo is het opleidingsinstituut op het gebied van meer- en hoogbegaafdheid in Nederland voor leerkrachten en begeleiders in het PO en VO. Meer informatie op www.novilo.nl.

© Nationale Onderwijsgids / Novilo