Normal_kinderen_taal_peuters

Peuters met een risico op een taalachterstand worden steeds beter geïdentificeerd en de kwaliteit van voor- en vroegschoolse educatie (vve) gaat gestaag omhoog. Tegelijk zijn er nog grote verschillen tussen gemeenten in kwaliteit en toegankelijkheid van deze voorzieningen. Een belangrijke verklaring hiervoor is het beschikbare budget, dat sterk varieert tussen gemeenten. Staatssecretaris Dekker van Onderwijs gaat samen met de Tweede Kamer op zoek naar een oplossing hiervoor. Veranderingen gaan op z’n vroegst per 2017 in. Dat meldt de Rijksoverheid.

Dekker: “Voorschool kan een groot verschil maken in het leven van een kind. Wat mij betreft moet het niet uitmaken waar hij of zij woont, maar dat is nu wel zo. Op dit moment krijgt Leiden bijvoorbeeld ruim twee keer zoveel geld voor vve als Katwijk, terwijl er evenveel kinderen wonen die ervoor in aanmerking komen. Ik ga samen met de Tweede Kamer kijken hoe ieder kind met een risico op taalachterstand het aanbod kan krijgen dat het nodig heeft om een goede start te maken op de basisschool.”

Grote gemeenten krijgen in vergelijking met andere gemeenten extra geld, ook verhoudingsgewijs, om vve te organiseren. Tevens is de verdeelsleutel (gebaseerd op de zogenoemde schoolgewichten) voor het geld al een tijd niet bijgesteld. Een grote gemeente krijgt daardoor vaak twee tot drie keer meer geld per kind met een risico op een (taal)achterstand dan een kleinere gemeente. De kwaliteit en beschikbaarheid van vve in kleine gemeenten blijft daardoor achter.

Alleen vve van hoge kwaliteit heeft een positief effect, zo blijkt uit onderzoek. De afgelopen jaren is dan ook fors geïnvesteerd om het niveau van leidsters te verhogen, om te beginnen in de grotere gemeenten. De eerste effecten hiervan zijn nu zichtbaar. Tevens lukt het gemeenten steeds beter om kinderen met risico op taalachterstand tijdig te signaleren en een plek op een voorschoolse voorziening aan te bieden.

© Nationale Onderwijsgids