NOG Opbouw studiefinanciering
Een studiebeurs bestaat uit verschillende onderdelen
-
Basisbeurs.
Dit is een maandbedrag dat afhankelijk is van de woonsituatie van de student. Studenten die thuiswonen krijgen minder dan uitwonende studenten. De hoogte van de basisbeurs staat los van het inkomen van de ouders en wordt door de overheid vastgesteld. Deze basisbeurs wordt omgezet in een gift als de student binnen de gestelde termijn zijn diploma behaalt. Als dat niet het geval is, dan wordt de basisbeurs omgezet in een lening. -
Aanvullende beurs.
Van ouders wordt verwacht dat ze een bijdrage leveren aan de kosten van hun studerende kinderen. Wanneer ouders dat niet of moeilijk kunnen betalen kunnen studenten een aanvullende beurs krijgen. Hoe hoog het bedrag van deze aanvullende beurs is, is afhankelijk van het inkomen van de ouders. -
Lening.
Studenten kunnen hun studie ook bekostigen door een lening van de overheid. -
Collegeldkrediet.
Iedere student kan het jaarlijkse collegegeld lenen. -
Studentenreisproduct.
De student kan kiezen tussen een week- en een weekendreisproduct. De student kan het reisproduct vanaf twee weken voor de ingangsdatum laden op een persoonlijke OV-chipkaart bij een daarvoor geschikte automaat van het openbaar vervoer. -
Prestatiebeurs.
De basisbeurs, aanvullende beurs en het studentenreisrecht vallen onder de prestatiebeurs. De prestatiebeurs is in eerste instantie een lening. Bij het behalen van het diploma binnen de vastgestelde termijn van tien jaar wordt deze omgezet in een gift. Als de studie niet binnen die termijn wordt gehaald moet de prestatiebeurs worden terugbetaald.
Bijverdienen
Een student kan beslissen om naast de studie te gaan werken. In 2011 mag een student naast de studiefinanciering € 13.215,83 bijverdienen. Iemand die meer dan dit bedrag verdient, kan volgens de overheid in het eigen onderhoud voorzien. Dan moet de student zijn studiefinanciering stopzetten.









