Op het vmbo is 10% van de leerlingen gezakt, een verdubbeling ten opzichte van vorig jaar. Arme kinderen. Ze hoorden het op dezelfde dag dat Nederland verloor van Duitsland en, voor wie daar betekenis aan hecht, het was ook nog eens de 13e. Een woensdag weliswaar, maar toch. De klappen vallen vooral in de niveaus basis- en kaderberoeps. In de theoretische leerweg valt het mee en datzelfde geldt in sterkere mate voor havo en vwo. Daar presteerden de leerlingen zelfs beter dan vorig jaar. Dat wil niet zeggen dat er dan ook meer geslaagden zijn: dit jaar moet het gemiddelde van het centrale examen minimaal 5,5 zijn, los van de cijfers van het schoolexamen. Het is nog even afwachten hoe het precies zit, want het College voor examens heeft nog geen definitieve percentages vrijgegeven.
Door Hans Puper
Waar komen die verschillen tussen vmbo-bb en kb enerzijds en vmbo-tl, havo en vwo anderzijds vandaan? Een veelgehoorde verklaring: die laatsten waren zich meer bewust van de verzwaarde examenregeling en bereidden zich daarom beter voor. Mogelijk, maar een gebrekkige taal- en met name leesvaardigheid speelt een veel grotere rol. In de CITO-monitor van 2009 kun je het volgende lezen: van de leerlingen die starten in vmbo-bb heeft slechts 37% het vereiste niveau 1F (eind basisonderwijs). Bij hun eindexamen moeten ze op niveau 2F functioneren en slechts 21% lukt dat. Wat dat betekent voor het lezen van examenteksten laat zich raden: die zijn op minimaal niveau 2F geschreven. In vmbo-kb gaat het iets beter: 50% haalt het vereiste niveau. In vmbo-tl is dat zelfs 95%. In havo en vwo zijn de percentages weer wat lager: 75% haalt de vereiste eindniveaus 3F en 4F.
Iedere docent kent het: je geeft een toets terug en een leerling is ervan overtuigd dat een fout gerekend antwoord goed is. Frustrerend, want je weet dat hij het goed bedoelt, maar het staat er niet. Vaak zijn leerlingen zich er niet van bewust dat er verschillende typen vragen zijn die je op een stereotiepe manier kunt beantwoorden, waardoor de kans op een goed antwoord groter wordt. Als er gevraagd wordt naar een verklaring, past daar het vraagwoord ‘waarom’ bij en daar hoort weer een ‘omdat’-antwoord bij. Bij een vraag naar een procedure past een antwoord waarin woorden staan die een volgorde aangeven: eerst, dan, daarna. Als ze bovendien veelgebruikte examenwoorden kennen als mits, tenzij, motiveren en beredeneren, dan valt er winst te behalen, maar leesvaardigheid gaat natuurlijk verder dan een simpele examentraining – hoe nuttig ook. Zonder een goede leesvaardigheid wordt leren in onze maatschappij wel heel erg moeilijk en dat kunnen we onze leerlingen niet aandoen. Lezen leidt tot een grotere kennis van de wereld en een grotere kennis van de wereld leidt weer tot een beter tekstbegrip. Leerlingen die in deze opwaartse spiraal komen, krijgen de kans optimaal te leren.
Een school die goed onderwijs wil geven – en welke wil dat niet – werkt integraal aan een goede leesvaardigheid. Daar zijn uitstekende methoden voor. Op maat, voor iedere school. Ik hoop dat de examenresultaten bij het volgende Europese kampioenschap beter zijn. Het kan.




