Kosten kinderopvang

Voor de plaatsing van een kind op de opvang sluiten ouders een overeenkomst met een geregistreerd kindercentrum of een gastouderbureau dat bij de gemeente is geregistreerd.

Factuur kinderopvangorganisatie
Ouders krijgen maandelijks een factuur toegestuurd van de kinderopvangorganisatie. Zij betalen de factuur die deze organisatie stuurt. Een deel van de kosten kunnen zij terugkrijgen via de
Belastingdienst/Toeslagen.

Hoogte bijdrage ouders
De hoogte van de bijdrage die ouders zelf betalen, is afhankelijk van:

  • het aantal kinderen dat gebruikmaakt van kinderopvang;
  • de prijs van de kinderopvang;
  • het aantal uren kinderopvang per kind;
  • het door de Belastingdienst vastgestelde verzamelinkomen van de ouders. 

Spaarloon opnemen voor kinderopvang
Ouders kunnen ook gebruik maken van hun spaarloontegoed om hun eigen bijdrage aan kinderopvang te betalen.

Kinderopvangtoeslag
U kunt voor een proefberekening op de website van de Belastingdienst terecht. 

Maximum uurprijzen kinderopvang
De maximum uurprijs waarvoor ouders een toeslag kunnen krijgen in de kinderopvang is in 2012: € 6,36. Is de kinderopvang duurder, dan krijgen ouders over het deel boven de maximum uurprijs geen kinderopvangtoeslag.

Er zijn verschillende maximum uurprijzen per opvangsoort.   

De maximum uurprijs voor buitenschoolse opvang is € 5,93;
De maximum uurprijs voor gastouderopvang is € 5,09.

In 2012 kunt u voor maximaal 230 uur per maand voor alle opvangsoorten voor één kind kinderopvangtoeslag krijgen. Voorwaarde is wel dat het aantal uur dat de ouder met de kleinste baan werkt, recht geeft op het maximaal aantal uren.

Voorbeeld:
Uw buitenschoolse opvang kost € 6,93 per uur. De kinderopvangtoeslag wordt berekend over € 5,93. Over de resterende € 1 krijgt u geen toeslag

De dagopvang kost bijvoorbeeld € 6,00 per uur. U krijgt over dit volledige uurtarief kinderopvangtoeslag.

Uw kind gaat voor 250 uur per maand naar de dagopvang. De kinderopvangtoeslag wordt berekend over 230 uur per maand. Over de resterende 20 uur krijgt u geen toeslag.

Wat gaat er waarschijnlijk nog veranderen in 2012?
Het kabinet wil nog meer dingen veranderen, maar dat moet nog geregeld worden. Het gaat om de volgende regels:

  • Aanvragen voor kinderopvangtoeslag kunnen in de toekomst heel beperkt met terugwerkende kracht worden gedaan. U kunt straks alleen nog toeslag aanvragen over de kosten voor kinderopvang in de lopende maand en één maand daaraan voorafgaand.
  • Bij gastouderopvang moeten ouders het gastouderbureau binnen twee maanden betalen. Het gastouderbureau moet de gastouder binnen vijf dagen na ontvangst van het bedrag betalen.
  • Uw kinderopvangorganisatie of gastouderbureau moet u schriftelijk informeren over specifieke uren waarvoor u geen kinderopvangtoeslag kunt krijgen. Het gaat om uren voor tussenschoolse opvang, peuterspeelzaalwerk en uren onder schooltijd (rekening
    houdend met de vroegste sluitingstijd van scholen).
  • Gastouders krijgen geen kinderopvangtoeslag meer voor gastouderopvang voor de uren waarop zij als gastouder werken. 
  • De boetes die de Belastingdienst/Toeslagen bij fraude met de kinderopvangtoeslag kan opleggen, gaan omhoog. De boete kan even hoog worden als het terug te betalen bedrag. Bij herhaling wordt de aanvrager voor maximaal 5 jaar uitgesloten van het recht op kinderopvangtoeslag.
     

Kinderopvangtoeslag aanvragen
Alle werkende ouders en ouders die een studie of traject volgen om aan het werk te gaan kunnen in aanmerking komen voor de kinderopvangtoeslag. Deze toeslag bestaat uit twee delen:

  1. Een vaste toeslag
    Alle werkende ouders maken aanspraak hierop als zij gebruik maken van formele kinderopvang. De vaste toeslag bedraagt per ouder 1/6 deel van de opvangkosten (tot de maximumuurprijs). Bij alleenstaande ouders telt de Belastingdienst hierbij het andere 1/6 deel automatisch op.
  2. Een inkomensafhankelijke toeslag
    Dit is een percentage van de opvangkosten die worden gemaakt (tot de maximumuurprijs). De hoogte van dat percentage is afhankelijk van:
    het gezamenlijk inkomen, het aantal kinderen in het gezin dat gebruikmaakt van kinderopvang en de opvangkosten.

De kinderopvangtoeslag is hoger naarmate het inkomen lager is. De kinderopvangtoeslag is hoger voor tweede en volgende kinderen die gebruik maken van de kinderopvang. Het eerste kind is het kind met de hoogste kosten voor opvang.

De vaste toeslag én de inkomensafhankelijke toeslag worden als één bedrag en onder één vermelding door de Belastingdienst/Toeslagen aan de ouders uitbetaald.

Alleenstaande ouders
Ook alleenstaande ouders die arbeid en zorg combineren, komen in aanmerking voor kinderopvangtoeslag als zij gebruik maken van formele kinderopvang.

Toeslag via UWV of gemeente
Als een van de ouders gedeeltelijk arbeidsgeschikt is of werkloos en langzaam weer aan het werk gaat en de andere ouder werkt of volgt ook een re-integratietraject, is er ook recht op kinderopvangtoeslag.

Niet de Belastingdienst (er is immers geen werkgever), maar het UWV of de gemeente betaalt dan soms per ouder 1/6 deel voor de kosten van de kinderopvang. Informeer voor de voorwaarden bij uw gemeente of het UWV.

Voor kinderopvangtoeslag van de gemeente of het UWV komen in aanmerking:

  • ouders die geen uitkering krijgen, als werkzoekende geregistreerd staan bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) en een re-integratietraject volgen;
  • kunstenaars met een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen kunstenaars (Wwik);
  • tienermoeders met een bijstandsuitkering die een opleiding volgen;
  • studenten die een vmbo-, havo- of vwo-opleiding volgen, of een bachelor- of masteropleiding, of  een beroepsopleiding in het middelbaar beroepsonderwijs;

Het aanvragen van de kinderopvangtoeslag kan via Belastingdienst/Toeslagen.

Tegemoetkoming bij sociaal-medische indicatie
In sommige gezinssituaties en voor sommige kinderen is het voor de persoonlijke ontwikkeling van het kind goed om een aantal dagdelen gebruik te maken van kinderopvang.

De ouders of het kind hebben dan een zogenaamde sociaal-medische indicatie (smi). Ouders kunnen voor een mogelijke tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang terecht bij de gemeente.

Gemeenten zijn volledig autonoom in hun smi-beleid. Sommige gemeenten kijken bij de vraag of ouders een smi-tegemoetkoming voor kinderopvang kunnen krijgen naar de criteria die zij voor bijzondere bijstand hanteren. Bij andere gemeenten speelt bijvoorbeeld de vermogenspositie van ouders geen rol. De indicatie kan zowel voor het kind, als voor de ouders gelden. En de indicatie kan zowel sociaal als medisch van aard zijn.

Voorbeeld 1:
De medische situatie van een ouder is zodanig dat hij of zij niet zelf voor het kind kan zorgen als de andere ouder werkt. De gemeente kan dan een smi-indicatie geven.

Voorbeeld 2:
De gemeente kan ook een smi-indicatie geven aan een alleenstaande verslaafde moeder die niet werkt. Via de kinderopvang komt het kind dan toch in een omgeving terecht die bevorderlijk is voor zijn of haar ontwikkeling.

Voorbeeld 3:
Eén ouder werkt en de andere ouder zit in de gevangenis. Zij hebben samen een kind dat opgevangen moet worden tijdens het werk van de ouder.  Deze ouders voldoen niet aan de voorwaarde van de Wet kinderopvang dat zij arbeid of studie combineren met de zorg voor kinderen. Dus komen zij niet in aanmerking voor kinderopvangtoeslag. Gemeenten kunnen ook dan een smi-indicatie geven.

Toeslag voor ouders in het buitenland
Ouders die in het buitenland wonen en van kinderopvang gebruikmaken, kunnen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen voor de kinderopvangtoeslag. Om de kinderopvangtoeslag te krijgen, hoeven ouders die buiten Nederland wonen niet allebei in Nederland te werken of hier een uitkering te ontvangen en een re-integratietraject te volgen.

Als één van hen in Nederland werkt en de ander doet dat in een land van de Europese Unie of in Noorwegen, IJsland, Zwitserland of Liechtenstein betaalt de Belastingdienst de toeslag ook uit. Dit geldt ook als één van de ouders tot een doelgroep van de Wet kinderopvang behoort, bijvoorbeeld omdat de ouder een re-integratietraject volgt.

Buitenlandse gezinstoeslagen
Bij de berekening van de kinderopvangtoeslag wordt ook gekeken naar de gezinstoelagen die ouders in het buitenland krijgen. Dus woont men in Nederland, maar werkt een van de ouders in het buitenland. Dan krijgt men in beide landen gezinstoelagen als kinderopvangtoeslag, kinderbijslag, kindgebonden budget of buitenlandse varianten daarvan. Ouders krijgen in totaal nooit meer dan het hoogste bedrag aan gezinstoelagen waarop men recht heeft volgens de regels van Nederland of het buitenland.

Kwaliteit buitenlandse kinderopvang
De kwaliteit van de buitenlandse kinderopvang moet voldoen aan de eisen die daarvoor in Nederland gelden. Buitenlandse kinderopvang die aan deze eisen voldoet, komt in een
centraal register buitenlandse kinderopvang (PDF) van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).

Centrale register buitenlandse kinderopvang
Het verzoek van de buitenlandse kinderopvang om opgenomen te worden in het centrale register buitenlandse kinderopvang gebeurt via een aanvraagformulier (PDF).
OCW neemt aanvragen die op andere wijze worden ingediend niet in behandeling.

© Nationale Onderwijsgids

© 2012 De Nationale Onderwijsgids. Alle rechten voorbehouden