Hoe werkt het op de basisschool?

Scholen kunnen zelf bepalen hoe zij het onderwijs precies inrichten. Zij moeten daarbij wel aan bepaalde eisen voldoen.

Wat een kind leert op de basisschool
In de wet is vastgelegd dat de basisschool bepaalde zaken aan kinderen moet leren, zodat alle kinderen aan het eind van de basisschool een aantal dingen kennen en kunnen. Zodat het vervolgonderwijs goed kan aansluiten op het onderwijs op de basisschool. Om dit te bereiken zijn er de zogenoemde kerndoelen. Deze doelen geven aan wat de school uw kind moet leren op het gebied van bijvoorbeeld taal, rekenen, oriëntatie op jezelf en de wereld en bewegingsonderwijs. Leerlingen moeten bijvoorbeeld een brief of een andere tekst kunnen schrijven zonder spelfouten en met goedlopende zinnen. Met rekenen moeten ze bijvoorbeeld de tafels kennen en snel kunnen optellen en aftrekken met getallen tot 100. Scholen mogen zelf bepalen hoe ze deze doelen willen bereiken met hun leerlingen.

Verplichte vakken
Op de basisschool krijgt uw kind verschillende vakken. Maar de wettelijk verplichte vakken zijn voor iedereen hetzelfde. De vakken die uw kind op de basisschool altijd krijgt zijn:

  • Nederlands
  • Engels
  • rekenen en wiskunde
  • oriëntatie op jezelf en de wereld (bijvoorbeeld in de vorm van lessen aardrijkskunde, geschiedenis, de natuur), maar ook lessen over sociale redzaamheid (verkeersdiploma) en lessen over gezond gedrag kunnen hieronder vallen
  • kunstzinnige oriëntatie (bijvoorbeeld muziek, tekenen, of handvaardigheid)
  • bewegingsonderwijs

Op scholen in Friesland krijgen leerlingen ook (verplicht) les in de Friese taal. Sommige scholen hebben hiervoor ontheffing gekregen van de provincie Friesland.

Actief burgerschap
Op school gaat het niet alleen om het leren van feiten. Belangrijk is ook het verwerven van een aantal vaardigheden die iedereen nodig heeft, zoals een goede werkhouding, zelfvertrouwen, opkomen voor je eigen mening en feiten en meningen van elkaar kunnen onderscheiden. Een belangrijk kerndoel is ‘actief burgerschap’. Dit betekent dat leerlingen leren zich te gedragen vanuit respect voor algemeen aanvaarde waarden en normen, dat ze hoofdzaken kennen over geestelijke stromingen in de Nederlandse multiculturele samenleving en dat ze respectvol omgaan met verschillen in opvattingen van mensen.

Niet-verplichte vakken
Uw kind kan op de basisschool ook les krijgen over andere onderwerpen. Dit is voor elke school verschillend en ouders mogen daarover meepraten via de medezeggenschapsraad van de school. De overheid bemoeit zich niet met de keuze voor de niet-verplichte vakken. Een voorbeeld van onderwijs dat niet wettelijk verplicht is, is het godsdienstonderwijs en het humanistisch vormingsonderwijs. Ook mogen scholen Duits en Frans geven.

Canon van Nederland
De overheid vindt het belangrijk dat iedere Nederlander weet welke grote historische ontwikkelingen voor ons land van invloed zijn geweest. In de kerndoelen staat ook dat de leerlingen moeten leren over de belangrijke historische personen en gebeurtenissen uit de Nederlandse geschiedenis. Daarom dient vanaf schooljaar 2009-2010 de zogenoemde ‘Canon van Nederland’ als inspiratiebron voor de lessen van de bovenbouw van de basisschool (groep 5 tot en met 8) en de onderbouw van het voortgezet onderwijs.

De canon behandelt 50 thema’s (‘vensters’): personen, gebeurtenissen, kunstwerken en ontwikkelingen die voor de geschiedenis van Nederland van groot belang zijn geweest. De canon is geen apart vak op school, maar kan helpen om samenhang te brengen in vakken. Zo kan de watersnood van 1953 bij het vak aardrijkskunde worden behandeld. Het venster kinderarbeid geeft inzicht in de tijd van burgers en stoommachines. En de vensters over Rembrandt, Van Gogh en De Stijl kunnen binnen het vak culturele vorming aan bod komen.

De website www.entoen.nu is helemaal aan de canon gewijd en geeft inzicht in de 50 belangrijke personen en gebeurtenissen.

Bijhouden leerprestaties
Er zijn verschillende manieren waarop de school kan meten hoe goed uw kind leert. Er zijn scholen die cijfers geven. Maar er zijn er ook die liever in woorden vertellen hoe het met uw kind gaat. Dat doen ze omdat ze vinden dat cijfers geen compleet beeld geven van de vorderingen van uw kind. Uw kind kan onder meer worden beoordeeld met een rapport, via een leerlingvolgsysteem of een leerlingdossier. Als u een school voor uw kind kiest, kunt u vragen naar de manier waarop de school de prestaties van uw kind meet. En als ouder heeft u recht op inzage van de vastgelegde prestaties van uw kind.

Meer informatie over het bijhouden van de leerprestaties van uw kind vindt u op de website 50tien.

Citotoets
De Cito Eindtoets Basisonderwijs, vaak afgekort tot Citotoets of Cito-eindtoets, is een toets van het instituut voor toetsontwikkeling Cito. Leerlingen in groep 8 kunnen deze toets afleggen zodat ouders en leraren een beeld krijgen wat het best passende vervolgonderwijs voor een kind kan zijn. De toets bestaat uit meerkeuzevragen op het gebied van taal, rekenen/wiskunde, studievaardigheden en wereldoriëntatie. Het onderdeel wereldoriëntatie is niet verplicht, de school mag ervoor kiezen dit onderdeel niet af te nemen. Scholen mogen ook kiezen voor een eindtoets die door een andere educatieve uitgever dan Cito is ontwikkeld. Ruim 15% van de basisscholen doet dat en kiest voor een andersoortige eindtoets.

Meer informatie over eindtoetsen vindt u op de toetswijzer van Kennisnet.

Schooladvies
Het schooladvies, ook wel ‘onderwijskundig rapport’ genoemd, is het advies van de basisschool over welk type voortgezet onderwijs het beste past bij uw kind. Als uw kind in groep 8 van de basisschool zit, geeft de school het schooladvies. Het is echter een advies. Dit betekent dat u het niet hoeft te volgen. Scholen voor voortgezet onderwijs beslissen zelf over toelating en plaatsing van leerlingen. De gegevens uit het schooladvies spelen daarbij een belangrijke rol.

Basisscholen zijn verplicht een schriftelijk schooladvies te geven. Dit advies gaat naar de vervolgschool en u heeft recht op een kopie ervan. Vaak wordt het advies toegelicht in een gesprek. Het schooladvies is gebaseerd op verschillende onderdelen. De belangrijkste zijn:

  • het resultaat van de eindtoets (Citotoets of de Eindtoets Basisonderwijs);
  • leerprestaties in groep 8 en de voorgaande jaren; 
  • de interesses en motivatie van de leerling.

Meer informatie over schooladvies vindt u op de site van Postbus 51.

Huiswerk
Lang niet alle scholen geven huiswerk. En zeker niet aan heel jonge kinderen. Leerlingen uit de hogere groepen krijgen op veel basisscholen wel taken of opdrachten mee naar huis. Scholen bepalen zelf vanaf welk jaar kinderen huiswerk krijgen. Het is fijn als u als ouder uw kind daarmee kunt helpen.

Schoolzwemmen
Op veel basisscholen in Nederland is schoolzwemmen onderdeel van het lesprogramma. Scholen bepalen zelf of zij zwemles aanbieden of dat ze de voorkeur geven aan een andere (sport)activiteit. Op de ene school leren kinderen zwemmen, op de andere hebben ze schoolvoetbal. Of scholen gaan met leerlingen op excursie of werken in schooltuintjes. Er zijn meestal kosten verbonden aan deze activiteiten, die worden betaald uit de ouderbijdrage.

Als schoolzwemmen onderdeel is van het lesprogramma, is uw kind verplicht om mee te doen. Tenzij uw kind om bijvoorbeeld een medische reden niet kan meedoen. Dan is er vrijstelling mogelijk via het schoolbestuur of de gemeente. U heeft dan ook een doktersverklaring nodig met de reden waarom uw kind niet meedoet met zwemmen.

Lees meer over de kosten van schoolzwemmen.

SchoolGruiten
Het programma
SchoolGruiten houdt in dat leerlingen en leerkrachten op minstens twee vaste dagen in de week samen groenten of fruit in de klas eten. Het woord gruiten is een samenvoeging van de woorden groenten en fruit. Ook bestaat er lesmateriaal over wat kinderen van groenten en fruit zouden moeten weten en wat ze ervan vinden. SchoolGruiten kan helpen om kinderen op een leuke en leerzame manier gezonde voedingsgewoonten aan te leren.

© Nationale Onderwijsgids

© 2012 De Nationale Onderwijsgids. Alle rechten voorbehouden